Hoofdstuk 9
Redding van de boom 1 Toen Jezus eens met Maria Magdalena in het park van Woluwe wandelde, zagen ze een man die met een kettingzaag een stevige inlandse eik wou omzagen. 2 Kwaad liep Jezus naar de man. "Waarom wilt gij deze boom doden ?" schreeuwde Hij. 3 Koeltjes antwoordde de man: "Bevel van de gemeente. Deze eik is te groot geworden; hij zou bij de volgende storm kunnen omvallen." 4 Maar Jezus wilde dat niet en sprak: "Gij zult deze boom niet doden; geloof Me, hij is te stevig om geveld te worden door een storm." 5 En om te voorkomen dat de boom zou worden omgezaagd, ging Hij voor de boom staan. 6 De man liet zich hierdoor niet van de wijs brengen, en beval de Heer opzij te gaan. Maar Jezus bleef staan. 7 De man werd kwaad en zette zijn kettingzaag in gang. Woedend probeerde hij Jezus in twee te zagen. 8 Hij plantte de brommende zaag in Zijn maag. Maar tot afgrijzen van de man stond Jezus nog steeds voor hem, en lachte. 9 De kettingzaag was afgebroken, en Jezus was niet gewond. Verschrikt nam de man de benen. 10 Een groene jongen, die alles had zien gebeuren, viel op zijn knieën en loofde God. 11 Om Jezus heen riepen alle mensen "Mirakel ! Mirakel !" en zij wilden plots allen Jezus aanraken. 12 Een vrouw met reuma werd genezen van haar kwaal toen zij Hem een hand gaf; een andere vrouw die geen kinderen kon krijgen, werd weer vruchtbaar. 13 Toen Jezus weer was weggegaan, bouwden de mensen een kerk op de plaats van het wonder. De eik die er stond, werd omgehakt om plaats te maken voor die kerk.
Discussie met de priester 14 Jezus kwam daarna in een drukke straat, waar een priester Hem tegenhield. Hij wou Jezus eens aan de tand voelen. 15 Hij vroeg: "Is het waar, dat Gij Uzelf de Zoon van God, de Messias noemt ? Weet Gij dan niet dat zoiets Godslasterlijk is ?" 16 "Zwijg !" riep Jezus "Gij zijt zelf een last voor God ! Gij die een dictator dient, die miljoenen mensen in zijn macht houdt !" 18 Op dat ogenblik kwam een meute mensen rond hen staan, en moedigde Jezus aan. De priester werd kwaad en gilde: 19 "Wat ? Beweert Gij dat ik een dictator dien ?!?" "Ja," zei Jezus, "Uw heer is iemand die geen tegenspraak duldt, een dictator dus." 20 De priester wist toen niet meer wat zeggen, en Jezus schreed van hem weg, terwijl Hij het volk toe riep: 21 "Stenig deze man ! Hij is het niet waard God te vertegenwoordigen ! Stuur hem naar zijn ware meester: Satan !" 22 Daarop begonnen de mensen stenen op te rapen van de grond, die ze stante pede naar de priester wierpen. 23 De man vervloekte Jezus, terwijl hij stierf onder een regen van stenen.
Deelname aan een betoging 24 En de Heer Jezus liep verder door de straten van Brussel, waarbij Hij een betoging tegenkwam. 25 Hij vroeg een betoger waarom er betoogd werd, en deze antwoordde: "Wij betogen tegen het gezag, wij zijn anarchisten." 26 Jezus vond dat een leuk idee, en voegde Zich bij de betogers. Er werden leuzen gescandeerd tegen de koning en tegen de regering. 27 Maar op een gegeven moment kwam het tot rellen met de politie: de betogers hadden voor het koninklijk paleis plaats genomen. 28 Zij wilden het bestormen, de koning gevangen nemen en hem lynchen. "Weg met de koning !" werd er geschreeuwd. 29 Maar de politie hield hen tegen en sloeg erop los; er vielen verschillende gewonden aan beide kanten. 30 Jezus deed echter niet mee met de betogers en ging opzij staan. "Dit is verkeerd," zei Hij tot Zichzelf, 31 "Als dit systeem verdwijnt, komt er toch een ander in de plaats. En dat zal niet beter of slechter zijn dan dit systeem." 32 En Hij besloot weer weg te gaan, want Hij wou niets met de betogers of de politie te maken hebben.
Tweede metrorede 33 Hij nam weer de metro, om naar Zijn hotel te gaan, en bemerkte de sombere gezichten van de mensen in het metrostel, waar Hij zat. 34 Hij sprak tot hen: "Waarom kijkt gij zo bedrukt ? Waarom kijkt gij van elkaar weg ? 35 Durft gij elkaar dan niet in de ogen kijken ? Vreest gij de blik van uw naaste ? Ik zeg u, mensen, 36 kijk elkaar aan, lach naar elkaar, en spreek met elkaar. Laat hier toch geen begrafenisstemming heersen !" 36 Maar de mensen gingen niet in op Zijn woorden, integendeel, ze begonnen Hem uit te schelden: 37 "Scheer je weg, slijmbal !" "Ga je praatjes ergens anders verkopen !" "Laat ons met rust !" 38 Verbitterd sprak Jezus: "Ach, dwazen, blijf hier maar kniezen in dit onzalige land. Koud zijn uw harten, net als dit land. 39 Ik wil hier niet langer leven, morgen vertrek Ik naar een ander land !" en Hij stond op om uit te stappen. 40 Een der reizigers zei: "Net goed ! Idioten als U kunnen we hier best missen." Maar Jezus had dat gehoord. 41 Nadat Hij was uitgestapt, reed de metro verder, maar in de wagon, waar Hij had gezeten, doofden plots alle lichten. 42 De reizigers begonnen angstig te schreeuwen, want de hele wagon werd plots gevuld met een giftig gas. 43 Allen kwamen ze om, getroffen door de woede van Christus; en intussen liep Jezus lachend het metrostation uit.
Eerste reis naar Italië 44 Aldus ging Jezus naar het treinstation, waar Hij de trein zou nemen naar Milaan. 45 Maria Magdalena kwam Hem uitwuiven, samen met vele honderden bewonderaarsters. Allen gilden ze, toen Jezus op het perron aankwam. 46 De politie was erbij gehaald, om te voorkomen dat zij Hem zouden verhinderen om in te stappen. Enkele journalisten namen van Hem een interview af. 47 Een van hen vroeg Hem hoe Hij Zich nu voelde. "Wel," zei Jezus, "Ik kan nu zeggen dat Ik populairder ben dan de Beatles." 48 Maar deze verklaring wekte de woede van Zijn bewonderaarsters. Razend begonnen ze Hem uit te schelden, en scheurden portretten en foto's van Hem aan stukken. 49 Zij wilden Jezus plots lynchen, en de politie haastte zich Hem op de trein te zetten, want de toestand werd onhoudbaar. 50 En zo vertrok Jezus naar Italië, terwijl honderden vrouwen Hem naar het leven stonden. |