Hoofdstuk 10

Aankomst in Italië 1 Amper was Hij aangekomen in het station van Milaan, of een massa woedende mensen kwam Hem tegemoet. 2 Uitzinnig van woede waren ze geworden, toen ze Jezus' uitspraak over de Beatles hadden gehoord; en zij verlangden Hem te doden. 3 Sommigen hadden ijzeren staven en kettingen mee, waarmee ze de Heer wilden afranselen. Maar toch maakten zij geen indruk op Hem. 4 Lachend trad Hij het volk tegemoet en begon ertegen te spreken: "Is het feit dat gij zo massaal zijt gekomen, geen bewijs van Mijn buitengewone populariteit ?" 5 Als één man antwoordde de massa: "Ja" en Jezus sprak vervolgens: "Vindt gij niet dat gij overdrijft ?" 6 Nu brulde het volk in koor: "Ja !" En Jezus ging verder: "Vindt gij niet dat gij op een totaal belachelijke manier handelt ?" 7 "Dat is waar !!!" schreeuwden allen tegelijk uit. "Wat staat gij hier dan nog te doen ?" 8 "Euh..." spraken alle mensen samen, waarop ze allen beschaamd hun stokken en kettingen weggooiden, en afdropen. 9 Rondom Hem stond er plots niemand meer, zodat Hij ongestoord het station kon verlaten. 10 Reikhalzend zaten enkele gehandikapten buiten naar Zijn komst uit te kijken, want zij hadden gehoord dat Hij eraan kwam. 11 Amper was Jezus in hun buurt gekomen, of ze reden Hem met hun rolstoelen klem, en baden Hem hen te genezen. 12 Uit medelijden genas Hij hen allen, maar toen probeerden zij Hem plots tombolabiljetten aan te smeren. 13 "Stelletje ondankbare wielertoeristen !" schreeuwde Jezus, en woedend trachtte Hij de ex-gehandikapten te slaan, maar die namen snel de benen.

Genezing van een hooligan
14 Zo wandelde Jezus door de straten van Milaan, tot Hij plots een massa mensen zag, die naar Hem toekwamen. 15 "Ah," dacht Hij, "Ik wist niet dat Ik hier zoveel bewonderaars had." Maar toen zag Hij dat al die mensen zwart-rode kleren droegen. 16 Voor Hij uit de weg kon gaan staan, werd Hij meegesleurd door al dat volk. Allen waren door het dolle heen, en brulden luidkeels vreemde leuzen. 17 Zij namen Hem mee naar een overvol stadion, waar Hij twee uur lang naar een voetbalwedstrijd moest kijken. 18 Jezus verveelde Zich zo, dat Hij voor de grap drie maal de bal liet verdwijnen, tot grote woede van alle mensen die toekeken. 19 Hij bleek tenslotte bij de supporters van de winnende ploeg te zitten, want alle mensen die rond Hem zaten waren nog vrolijker geworden. 20 Toen zij het stadion weer verlieten, schreeuwden ze zo luid, dat Jezus van hen wegging naar een supportersgroep met blauw-witte kleren. Die mensen waren veel rustiger. 21 Doch dat was niet zo slim, want iemand had een zwart-rode muts over Jezus' hoofd getrokken. 22 Toen Jezus bij de mensen met blauw-witte kleren aankwam, keken zij heel boos naar Hem. Een van hen stapte naar Hem toe en brulde: 23 "Gij, vuile Milaan-supporter, kom hier dat ik Uw kop insla !" Op dat moment probeerde hij Hem een dreun op Zijn hoofd te geven. 24 Maar Jezus liet Zich niet van de wijs brengen. Hij ontweek de slag en greep de man vast, terwijl Hij sprak: 25 "Ga weg, Satan, verlaat de geest van deze dwaas !" En op dat moment verliet de duivel, huilend van angst, de supporter. 26 Alle andere supporters deinsden achteruit, en vroegen zich angstig af: "Is dat nu de Messias of is dit voor de verborgen camera ?"

Jezus begrijpt Zijn taak
27 Maar in Milaan stonden de mensen niet open voor Jezus' woorden. Daarom besloot hij deze stad te verlaten, en aan de andere kant van de Apennijnen te prediken. 28 Hij huurde een wagen, en reed ermee door het Italiaanse binnenland. Onderweg pikte Hij een jonge, blonde liftster op, die naar Venetië wou. 29 Verblind door haar schoonheid, reed Hij haar tot de stad, die men ook wel het "Brugge van het zuiden" noemt. 30 Onderweg voerde Hij haar tot zeven maal toe naar het Rijk der Hemelen, op de achterbank van Zijn huurauto. Haar naam was Dina; lang was haar geblondeerd haar, en weelderig waren haar borsten. 31 Jezus hoopte van haar Zijn vrouw te maken. Hij had plannen om met haar te trouwen in Venetië; zo zouden ze daar hun huwelijksreis kunnen beginnen. 32 Maar God besliste daar anders over: aan het station van Venetië, waar Hij haar moest afzetten, wachtte een ruwe zeebonk ongeduldig op haar. 33 Toen Hij Dina liet uitstappen, werd de zeeman zo woedend van jaloezie, dat hij de ruiten van Jezus' wagen met zijn vuisten insloeg. 34 "Smeerlap !" schreeuwend, sleurde hij de Mensenzoon uit de auto, en wilde Hem een pak rammel geven. 35 Maar Jezus had nog een bustehouder van Dina in Zijn zak zitten. Hij haalde deze boven, legde er een steen in en slingerde met het ding. 36 De steen schoot uit de bustehouder en trof de zeeman in zijn gezicht. Zonder een kreet te geven, stortte hij voor Jezus' ogen dood neer. 37 Dina was geschokt door Zijn optreden. "Bruut !" gilde zij en mepte Jezus recht in Zijn gezicht. Hierop keerde zij zich om en verdween voorgoed uit Zijn leven. 38 Zo begreep de Heer Jezus dat Hij niet bestemd was om te trouwen en om kinderen te krijgen, maar eerder om het Woord van God onder de mensen te verkondigen.

Terugkeer naar de Lage Landen
39 Aldus besloot de Messias om weer huiswaarts te keren, om er Zijn blijde boodschap verder te verkondigen. 40 Hij nam de trein terug naar Brussel, nauwelijks drie weken nadat Hij er was weggegaan. Na één dag reizen, kwam Hij in Brussel-Zuid aan. 41 Het was laat in de avond, en niemand wachtte er Hem op. Alleen wandelde Hij terug naar het hotel, waar Hij voordien met Maria Magdalena woonde. 42 De regen plensde op de tegels naast de spoorweg, en Jezus slenterde vermoeid richting centrum. 43 Plots dook er voor Hem een migrant op, die Hem met een mes bedreigde. "Donne-moi ton fric !" schreeuwde die met zijn vreemd accent. 44 Maar Jezus begreep geen Frans. De migrant stak Hem neer, stal Zijn portefeuille en liep hard weg. Jezus bleef roerloos liggen op een voetpad, in de gutsende regen.
1