Hoofdstuk 5

Het Bloed en de Geest van God
1 Soms zagen Zijn leerlingen hoe Jezus Zich van hen af zonderde om op een eenzame plaats te gaan bidden. Ze waren hier telkens over verwonderd. 2 Als ze Hem vroegen waarom Hij dat zo vaak deed, antwoordde Hij hen altijd in vreemde bewoordingen: 3 "Toen Ik alleen was, voelde Ik telkens weer Gods Bloed in Mijn aderen stromen, waarna Ik snel Gods Geest binnen in Mijn hoofd voelde. 4 Ach, konden jullie ook maar de Geest van God ervaren, en Zijn Bloed in jullie aderen voelen stromen." 5 Na deze woorden, smeekten Petrus en Matteus Hem om hen te leren hoe ze Gods Geest moesten ervaren. Jezus kreeg medelijden met hen en nam hen mee naar het Jubelpark. 6 "Zoek naar een donkere man," zei Jezus. "Hij zal jullie het stof van Gods Geest verkopen." 7 Ijlings gingen Petrus en Matteus op zoek. Zij vonden de man over wie Jezus had gesproken, kochten van hem het stof van Gods Geest en brachten het naar Jezus. 8 Jezus goot het stof in een eetlepel en verwarmde het met een aansteker. Verbijsterd keken ze toe hoe het stof vloeibaar werd, en hoe Jezus het in een spuitje goot. 9 "Gij ziet nu het Bloed van God," sprak Jezus. "Neem het tot u en laat het tot in uw geest vloeien." 10 En Jezus stak de naald van de spuit in Zijn arm en spoot Zich Gods Bloed in de aderen. Hierop overhandigde Hij hen de spuit; en zij spoten zich eveneens Gods Bloed in de aderen. 11 "Laat het Bloed van God nu naar uw geest stromen," sprak Jezus. Petrus en Matteus voelden hoe hun geest lichter werd en hadden beiden een visioen van het paradijs. 12 Overal rond zich zagen zij felle kleuren, hoewel het nacht was. Zij zagen vrolijke engelen, zij zagen lieftallige nimfen, die hen toelachten. 13 Om hen heen was er alom licht, en zij voelden de liefde van God overal. Ze waanden zich in de hemel. 14 Fel licht leek hen toen toe te schijnen; en in dat licht ontwaarden zij plots een gestalte. Beiden meenden toen God te zien. 15 Doch het was een politieman, die met zijn zaklantaarn in hun ogen scheen. Zij en Jezus werden gearresteerd en naar het politieburo meegenomen voor ondervraging.

Ondervraging van Jezus 16 Aldus kwamen Jezus en de Zijnen aan in het politieburo. Een rechercheur gebood hen neer te zitten en zei: 17 "Wat heeft U in het park gedaan ? Weet U dan niet dat de wet het gebruik van verdovende middelen verbiedt ?" 18 Maar Jezus gaf hem het volgende antwoord: "Wat noemt gij een verdovend middel ? Is Gods Geest dan een verdovend middel ? Indien dit zo is, zijn televisie, seks en muziek evenzeer verdovend. 19 Want zij wiegen de geest der mensen in slaap, zij ontnemen hen de macht van het denken; zij maken de mensen tot één school vissen, die allen dezelfde richting uitzwemmen." 20 De rechercheur bleef echter doof voor Jezus' woorden, en liet Hem, samen met Petrus en Matteus opsluiten in de kerkers van het politieburo.

De wonderbare ontsnapping
21 Zo zaten Jezus en Zijn beide leerlingen opgesloten in een kerker. Matteus sprak: "Ach Heer, waarom doet U niets ? Waarom zorgt U er niet voor dat wij weer vrij komen ?" 22 Maar tot hen zei Hij kwaad: "Waar is uw geloof ?" En de leerlingen zwegen als verstomd. 23 Toen hief Jezus de armen ten hemel en sprak: "Sesam, open u !" waarop de kerkerdeur wijd open ging staan. 24 Met Zijn leerlingen wandelde Hij naar buiten, tot de grootste verbazing van de rechercheur en de politiemannen. 25 Zij zeiden tot elkander: "Wie is Hij, dat zelfs de deuren der gevangenis Hem gehoorzamen ?" En zij vielen op hun knieën en herkenden in Hem de ware Messias.

De parabel van de ongenadige priester
26 Jezus kwam weer thuis en zei: "Laat ons verder trekken." En Zijn leerlingen volgden Hem naar de ring rond Brussel. 27 Daar liftten zij en al gauw nam iemand hen mee naar Antwerpen. De bestuurder herkende Hem en sprak: "Is het waar dat U opkomt tegen de Kerk ?" 28 En Jezus vertelde hem dit verhaal: "Er was eens een automobilist, goddeloos en laaghartig, die langs vele wegen reed met zijn Mercedes. 29 Nu was het zo dat hij elke Marokkaan, die hij op zijn weg zag staan, placht te overrijden; 30 Tot hij op een dag een lifter meenam, een priester. In aanwezigheid van zulk een man, durfde de automobilist geen Marokkanen dood te rijden. 31 Knarsetandend reed hij toen langs zulk een Marokkaan; doch toen hij in zijn achteruitkijkspiegel keek, zag hij een plas bloed op de plaats waar de Marokkaan had gestaan. 32 Toen sprak de priester: "Wees gelukkig mijn zoon, had ik de deur niet opengedaan, dan had gij hem gemist." 33 Voorwaar, Ik vraag u, is die priester een goed man ?" "Neen, natuurlijk niet !" zei de man tot Jezus. 34 En Jezus zegde: "Daarom, zeg Ik u, de geestelijken van de Kerk zijn niet beter of slechter dan de gewone mens. 34 Zij verdienen niet meer achting of aanzien dan de gewone mens."

De bezetene van Antwerpen
35 Nu kwam Hij in Antwerpen aan, gevolgd door enkele Zijner leerlingen. Vele mensen kwamen naar Hem toe, want Zijn faam reikte reeds tot deze stad. 36 Allen wilden zij Zijn woorden horen, en Jezus sprak tot hen. Maar uit het volk trad een fascist naar voren en begon Hem uit te schelden: 37 "Gij zijt een idioot, Gij, die opkomt voor de gelijkheid van alle mensen ! Gij, die het bruine gevaar niet ziet ! Gij hebt hier niets te zoeken !" 38 Maar Jezus bleef rustig en antwoordde: "Gij dwaze man. Uw hart is vervuld van haat. 39 Maar weet dat gij van buiten wel wit ziet, maar van binnen even bruin als de mensen die gij haat." 40 Omdat de fascist maar bleef doorrazen tegen Jezus, liet Hij hem grijpen en tot bij Hem brengen. 41 Hij sprak: "Gij zijt bezeten van het kwade; Ik zal de duivel uit u drijven." 42 En Jezus gebood de duivel de bezeten fascist te verlaten. Ofschoon die hevig weerstand bood, verliet hij uiteindelijk het lichaam der bezetene. 43 Wenend smeekte de fascist Jezus toen om genade. Jezus schonk hem vergiffenis, en het volk was vol van ontzag voor de Mensenzoon.

/user/terug2.gif
/user/vorige.gif
/user/volgende.gif
1