Hoofdstuk 4

Jezus ziet het Rijk Gods 1 De Heer Jezus kwam met Zijn leerlingen eens in Amsterdam. Hij liep met hen langs de grachten en dacht: "Nou, Ik heb wel trek in een kopje koffie." 2 Nu waren ze toevallig in een straat met een coffeeshop. "Ja," zei Jezus, "Daar zal Ik wel een lekker kopje koffie kunnen drinken." 3 Hij trad de coffeeshop binnen, gevolgd door Zijn leerlingen, en bestelde een koffietje. De man aan de toog keek Hem met een wazige blik aan en overhandigde Hem grijnzend een kop. 4 Maar, oh, wat voelde Jezus Zich raar. Zijn hoofd draaide en Hij werd heel vrolijk. 5 Petrus en Johannes vroegen Hem: "Heer, leer ons ook om vrolijk te zijn." En Jezus antwoordde: "Wie in de hemel komen wil, moet maar kunnen vliegen. Dus zorg ervoor dat je geest licht genoeg wordt, zodat die in het Rijk van God kan binnen zweven." 6 Hierop rolde Hij een joint en sprak: "Neem en trek, want dit is Mijn Geest." Nadat Hij zelf getrokken had, ging de joint van hand tot hand. 7 En hoewel ze met velen waren, was er toch genoeg voor iedereen om heel de sabbat lang van dezelfde joint te genieten. Alle leerlingen raakten vervuld van Jezus' Geest en loofden God.

De barmhartige Marokkaan 8 Na de sabbat keerden zij huiswaarts met de trein. En zie, in hun coupé zaten twee priesters die al van Jezus gehoord hadden. Zij wilden weten hoe ook zij het Rijk van God konden bereiken. 9 Jezus zei: " Gij zult voor uw naaste even goed zijn als voor uzelf. Slechts dan zult gij het Rijk van God binnentreden." 10 "Maar wie is dan mijn naaste ?" sprak een priester met een hart vol twijfel. En Jezus vertelde hem dit verhaal als antwoord: 11 "Eens reisde een man van Woluwe naar Laken, en viel in handen van een stel jonge Turken; ze schudden hem uit, verwondden hem vreselijk, en lieten hem voor dood achter. 12 Toevallig kwam een vuilnisman die weg langs; hij zag hem en ging voorbij. Hij gooide hem zelfs niet in de vuilniswagen. 13 Ook een rijkswachter kwam er langs; hij zag hem, gaf hem een bekeuring voor verkeerd parkeren en ging voorbij. 14 Maar ook een Marokkaan, die naar de moskee ging, kwam voorbij; hij zag hem, en kreeg medelijden. 15 Hij ging er naar toe, gaf hem mond op mond beademing en een hartmassage; daarna hief hij hem in zijn eigen minibus en bracht hem naar een hotel aan het Noordstation. 16 Hij gaf de receptionist een bankkaart, en sprak: "Zorg dat het deze man niets tekort komt, geef hem een bed, geef hem eten en drank. Als ge met deze kaart niet genoeg hebt, zal ik er een andere voor u stelen." 17 En Jezus sprak: "Wie is de naaste van de man die werd beroofd ?" De priesters zeiden: "De Marokkaan, die hem barmhartigheid bewees." En Jezus sprak: "Gaat, en doet evenzo." 18 En zo stapten de priesters van de trein in Schaarbeek, waar ze Jezus' woorden onder de Turken en Marokkanen verspreidden.

Genezing van de Roemeense 19 Zo kwamen zij in Brussel-Centraal, alwaar een massa volk Hem begroette. En zie, toen Hij Zich naar buiten begaf, klampte een Roemeense bedelares Hem aan. 20 Zij liep op krukken, want zij was gebrekkig. Ze sprak tot Jezus, maar Hij verstond haar niet, want ze jammerde iets in een taaltje dat op Frans geleek. 21 Toen sprak Jezus tot haar: "Gooi uw krukken weg, uw zonden zijn vergeven." En het wonder geschiedde; 22 De vrouw stond recht zonder krukken en begon Jezus uit te schelden, want nu ze weer kon lopen, was ze haar broodwinning kwijt. 23 En Jezus zei: "Dat is uw verdiende loon ! Wie profiteert van zijn medemens, is het Rijk Gods niet waard. Dus, ga heen en zoek werk, gij die er van buiten arm en gebrekkig uitziet, maar binnensmonds lacht om al die dwazen die u geld toestoppen." 24 En de Roemeense ging heen, terwijl het volk Jezus prees om Zijn wijze woorden.

De metrorede 25 Hierna namen Jezus en Zijn leerlingen de metro naar het Zuidstation. Toen ze een metrostel binnenstapten, volgden vele mensen hen, want allen wilden ze de Messias zien. 26 En Jezus ging op één der zetels staan, zodat iedereen Hem goed kon zien, en sprak: 27 "Zalig de zwartrijders, want God zal hun zonden vergeven. 28 Zalig die hun metro missen, want ooit zullen zij op tijd komen. 29 Zalig de bejaarden, want men zal eindelijk voor hen rechtstaan. 30 Zalig de migranten, want aan hen behoort het Rijk der hemelen. 31 Zalig de armen van geest, die in de metro rondlopen, want ze zullen God zien." 32 Toen Jezus uitgesproken was, juichten alle passagiers; Zijn leerlingen gingen rond met de collectebus, 33 en nooit waren de gaven van de metroreizigers zo mild geweest. Want zij haalden meer dan 20.000 franken op voor Jezus.

De parabel van de rechtvaardige man 34 Aldus kwam Jezus weer in de Marollen, waar Hij op een groot marktplein ging staan. Daar stroomden heel wat kinderen en bejaarden rond Hem samen. 35 En zie, een priester kwam tot Hem, om Hem op de proef te stellen. Hij sprak: "Heer, wat moet ik doen om rechtvaardig te leven ?" 36 En Jezus vertelde hem dit verhaal: "Er was eens een man, die altijd rechtvaardig was." 37 "Heer, ik begrijp het niet," zei de priester toen. Jezus werd toen ziedend van woede en brulde: "Gij dwaas, begrijpt gij dan de diepere betekenis van Mijn verhaal niet ? Ziet gij dan niet wat Ik daarmee wilde zeggen ?" 38 En in een geweldige toorn ontbrand, vervloekte Jezus de man tot in het zevenenzeventigste geslacht. 39 Verbijsterd ging de priester heen, en uit vrees voor de straf van God, bekeerde hij zich tot de islam.

Lofrede op de jeugd 40 Toen liep Jezus met Zijn leerlingen door de smerige straten van de Marollen. Daar zagen zij enkele kinderen op straat spelen, en Jezus sprak: 41 "Kijk hoe onbezorgd de jeugd is. Vaak misprijst men hen, omwille van hun geringe wijsheid. Maar weet dat het ontbreken van wijsheid een geschenk van God is. 42 Zij zijn niet schrander genoeg om zich het hoofd te breken over allerlei zaken. Maar dat is juist hun geluk: zij hoeven zich niet te bekommeren over de problemen der aarde. 43 Wees dat altijd indachtig: de jeugd is gelukkig, want zij denkt niet na. Maar wij, ouderen, denken teveel; daarom zijn we vaak ongelukkig." 44 Plots kreeg Jezus een colablikje tegen Zijn hoofd. Een der kinderen had dat per ongeluk in Zijn richting getrapt. 45 Jezus liet Zijn leerlingen het kind vastnemen en dreef er twaalf duivels uit. Hierop loofde het kind God en werd misdienaar tot het einde zijner dagen.
1