Hoofdstuk 11

De genezing van Jezus
1 Jezus werd twee dagen na Zijn aankomst in Brussel wakker in een Brussels ziekenhuis. Hij was via Zijn arm verbonden aan een bakster met serum. 2 Een dokter sprak er tot Hem: "Heer, wij hebben U halfdood gevonden langs de openbare weg. Wij hebben U opgenomen en verpleegd, 3 en morgen kan U dit hospitaal verlaten, tenminste, als U de hospitalisatiekosten kan betalen." 4 "Betalen ?" gilde Jezus, en waarvoor dan wel ?" "Uw rechterlong was doorboord door een messteek, maar wij hebben U geopereerd," antwoordde de arts. 5 Maar Gods Zoon werd razend: "Ik had Me evengoed zelf kunnen genezen ! Ik kan alle wonden zelf helen !" Maar de arts wilde Jezus niet geloven. 6 Jezus stond met een ruk op, en trok de naald voor het serum uit Zijn arm. Hij liep haastig naar de bedden van andere patiënten in de kamer, waarin men Hem verpleegde. 7 Een voor één legde Hij hen de hand op, en allen genazen voor de ogen van de ontstelde dokter. "Zie je wel dat Ik de waarheid spreek !" brulde Jezus. 8 Onmiddellijk werd Hij uit het ziekenhuis ontslagen, want men vreesde dat Hij alle andere patiënten zou genezen, en dat het ziekenhuis bankroet zou gaan.

Het weerzien met Maria Magdalena
9 Zo keerde Hij terug naar het hotel, waar Hij met Maria Magdalena woonde. Hij klopte op de deur van hun hotelkamer, maar niemand deed open. 10 De Mensenzoon meende even dat Maria er niet was, maar hoorde plots een luid gekreun van achter de deur. 11 Woedend beukte Hij de deur in, en vond Zijn geliefde in bed met een zwarte man. Toornig keek Hij op het tweetal neer, en wou hen beiden vervloeken. 12 Maar smekend vielen Maria en de zwarte op hun knieën, en vroegen Hem om vergeving. Geroerd door hun nederigheid, vergaf Hij hen hun zonden, en beval de zwarte weg te gaan. 13 Hij stelde zich tevreden met de portefeuille van de zwarte en met vijf nachten, doorgebracht met Maria Magdalena. 14 De zwarte keerde terug naar Ukkel, om er onder zijn volksgenoten te getuigen van Zijn goedheid.

Terugkeer der apostelen
15 Al gauw hoorden de apostelen van Jezus' terugkeer, en allen kwamen ze naar Zijn hotel in Brussel, om er verslag uit te brengen over hun reizen naar alle uithoeken van de wereld. 16 Allen hadden ze Jezus' boodschap verkondigd, maar slechts met elf kwamen ze terug. 17 Amadeus, één van Zijn eerste leerlingen, een kapelaan uit Maldegem, was naar Algerije gereisd. Hij had er Jezus' woorden verkondigd, 18 zo had hij ook gezegd dat man en vrouw gelijk waren. Dat hadden de muzelmannen hem kwalijk genomen, en zij hadden hem de keel over gesneden. 19 Toen Hij dit vernam, sprak Jezus vol droefenis: "Laten wij immer onze vriend... euh...", en fluisterend wendde Hij zich tot Petrus: 20 "Hoe heette die vent ook weer ?" "Amadeus, Heer." En de Heer Jezus hernam: "Laten wij Amadeus immer in onze gebeden herdenken. 21 Hij is de eerste martelaar van onze jonge Kerk." En ter ere van de idealen waarvoor Amadeus was gestorven, werd hij vervangen door een vrouw, Johanna. 22 Zij was al van in het prille begin een leerlinge van Jezus, en mocht van dan af tot de twaalf horen.

De zevenenzeventigste koe
23 Toen zaten zij allen aan voor het middagmaal, en terwijl zij aten, sprak Andreas: "Heer, is het niet zondig dat wij ons hier tegoed doen aan spijs en drank, terwijl in de derde wereld zoveel mensen sterven van de honger ?" 24 En Jezus sprak, terwijl Hij smakkend een hamburger verorberde: "Andreas, jongen, hou op met zagen en eet !" Maar Andreas volhardde: "Is het dan geen zonde ?" 25 Getergd vertelde de Heer Jezus toen dit verhaal: "Een rijke boer had zesenzeventig dikke, robuuste koeien. Zij waren goed doorvoed, en ze gaven hem elke dag verse melk. 26 Hij had een arme buurman, die maar één koe had. Deze gaf ook dagelijks melk. Beiden verdienden hun kost door de melk van hun koeien te verkopen. 27 Nu slaagde de rijke boer de ene koe van zijn arme buurman te kopen voor een handvol geld. Dankzij dat geld kon zijn buurman een maand lang rijkelijk leven. 28 Maar toen dat geld op was, had de arme man geen inkomsten meer. Hij leende geld van de rijke boer, en maakte hoe langer, hoe meer schulden." 29 Andreas en de anderen waren geschokt door deze gelijkenis. "Heer, wat een onrecht," stamelden ze. Maar Jezus grijnsde. 30 "Dwazen," sprak Hij, "Zien jullie dan niet dat jullie allen net als die rijke boer leven ?" En daarop nam Hij een grote hap van Zijn hamburger.

Opkomst bij de verkiezingen 31 Jezus meende dat het hoog tijd werd dat Hij het volk kon leiden naar het Rijk van God. Daarom stelde Hij Zich kandidaat voor de volgende verkiezingen. 32 Hij kwam als onafhankelijke op, en noemde Zijn partij de HEL, Heilige Evangelische Liga. Zijn leerlingen verzamelden tal van handtekeningen voor Zijn partij, zodat Hij kon verkozen worden. 33 Daarop organiseerden zij voor Hem een grote bijeenkomst op het Muntplein. Duizenden mensen, veelal dronkaards en drugverslaafden, kwamen naar Hem luisteren, want Hij liet immers gratis drank en joints uitdelen. 34 En Jezus sprak het volk toe: "Als gij Mij verkiest, zal Ik u dagelijks gratis brood geven !" Het volk juichte Hem toe en gaf Hem een daverend applaus. 35 "Ik beloof u ook, dat u Gods Geest en Bloed niet zal onthouden worden !" Een nog daverender applaus verwelkoomde deze woorden. "Stemt daarom allen voor HEL !!!" 36 Aldus vergaarde Jezus heel wat steun en stemmen onder het volk, want Hij was de stem der verdrukten, de stem van het volk.

De wonderbare stemvermenigvuldiging
37 Toen kwam de dag der verkiezingen, en Jezus ging ook Zijn stem uitbrengen. Niemand gaf Hem echter een kans, want slechts een kleine minderheid van het volk was werkelijk aan Zijn kant. 38 Maar dat wist de Mensenzoon maar al te goed; en in het stemhokje gekomen vermenigvuldigde Hij Zijn stembrief duizend maal. 39 Daarbij kwam dat Hij die dag meerdere gedaanten aannam, en op die manier maar liefst zeventig maal Zijn stem ging uitbrengen. 40 De morgen daarop werd de uitslag van de verkiezingen bekend gemaakt: HEL had maar liefst 142 563 stemmen gehaald, waarvan de helft door Jezus zelf waren uitgebracht.

Jezus in het parlement
41 Op die manier betrad Jezus twee maanden later als enige verkozene van HEL het parlement. Vele andere volksvertegenwoordigers zagen de komst van de Messias echter als een bedreiging. 42 Jezus kreeg een zetel toegewezen, waarop Hij moest gaan zitten, en urenlang naar toespraken van saaie collega's moest luisteren. 43 Jezus werd al dat gezaag stilaan beu, en tijdens een toespraak van een fascistische fractieleider, stond Hij plots recht. 44 "Genoeg !" gebood Hij, en allen zwegen om naar Hem te luisteren. Hij sprak: "Zalig zij de armen van geest, want zij besturen dit land !" 45 Maar Zijn woorden werden niet begrepen door het halfrond. "Wat? Wilt U dat idioten ons land besturen ?" "Hoe durft U ?" "Mais, c'est une honte !" schreeuwden verschillende volksvertegenwoordigers naar Hem. 46 "Stenig Hem !" riep de fascistische fractieleider, doch bij gebrek aan stenen, werd Hij met propjes papier bekogeld. 47 Verfrommelde wetsontwerpen en amendementen vlogen Hem rond de oren. Jezus moest onder bescherming van enkele rijkswachters uit het parlement worden geleid. 48 Buiten sprak Hij tot Zijn leerlingen: "Men heeft Mij hier niet begrepen, Ik zal Mij tot een wijzer publiek moeten richten."

Oproep tot waakzaamheid
49 Nu kwam het volk in dichte drommen naar Hem toe, om Zijn woorden te horen. Het hele park van Brussel zag zwart van het volk. 50 Met duizenden scandeerden ze Zijn naam: "Jezus! Jezus! Jezus!" en zongen van "We love You Jezus, we do ! Oh, Jezus, we love You !" Velen zwaaiden ook met vlaggetjes met de kleur van de HEL-partij, zodat het hele park het uitzicht had van een paarse zee. 51 En Gods Zoon sprak: "Wees bedachtzaam, als gij uw vertrouwen geeft aan bepaalde mensen, want voor gij het weet gaan zij met uw geld lopen. Zij willen u immers niet regeren, zij willen u enkel overheersen en verdrukken. 52 Want vrees hen, als u hen teveel macht geeft ! Of zij zich nu blauw, rood, groen of oranje noemen, als zij alle macht krijgen, tonen zij hun ware kleur !" 53 Daarop begon het volk luidop leuzen tegen de gevestigde orde te roepen: "Dood aan de premier !" "Weg met de koning !" "België barst !" "Alle macht aan HEL !" "Jezus president !" 54 Vervolgens wapende de massa zich met stenen, en als een horde bloeddorstige wolven renden allen naar het parlement, dat ze in een razende bui bestormden. Het gebouw stond al gauw in lichterlaaie, en er kwamen geweerschoten uit dezelfde richting. 55 Bedroefd wendde Jezus Zijn blik af van het tafereel en zuchtte: "Dwazen, gij hebt er niets van begrepen. Waarom doen de mensen die Mij volgen, juist het omgekeerde van wat Ik zeg ?"

/user/terug2.gif
/user/volgende.gif
/user/vorige.gif
1