Met zeventien jaar achter de rug en nog een heel leven voor je, is het niet gemakkelijk een uitgesproken mening te vormen over het leven in het algemeen en de mensheid en je eigen positie daarbinnen in het bijzonder. Tenminste, dat is míjn gewaarwording.
De weinige ervaring die ik in mijn nog korte leven heb opgedaan is gebaseerd op een rustig, prettig bestaan, slechts spporadisch afgewisseld door enkele in het bijzonder verheffende of pijnlijke incidenten.
De wereldgebeurtenissen ervaar ik als een gonzen in mijn achterhoofd dat vermoeit, omdat het moeilijk is er orde in te scheppen. Temeer daar je je ervan bewust bent, dat het zelfs experts (ervarenen: experior, expertus sum) niet lukt.
Waar, als de praktijk haar niet verschaft, valt verder wijsheid uit te putten, dan uit boeken?
Op school leer je uit boeken. De oude geschiedenis is overgeleverd middels boeken. Dat het woord "boekenwijsheid" zo´n negatieve bijklank heeft, valt volgens mij onder meer te verklaren door je bij de bezitter ervan iemand voor te stellen die ondanks zijn uitgebreide kennis, opgedaan in het rijk van het Papier en de Inkt, wereldvreemd is, en, bij voorkeur, er niets van bakt in het leven.
Maar, om ervaring niet al te traumatisch te laten zijn, moet er toch van tevoren vergaarde kennis aan ten grondslag liggen.
In de bovenbouw van de middelbare school is het lezen geblazen. Iets wat door velen als negatief, maar ook door velen als positief wordt ervaren. Het handige namelijk van al dat lezen is dat je er door de ervaring van anderen nog eens wat van opsteekt ook. Of de kennis van een bepaald literair werk kan de sleutel vormen tot een heel web van referenties en verwijzingen, of een heel nieuw licht werpen op het leven en/of de mensheid.
Bij sommige schrijvers komen belangrijke filosofische en humanitaire kwesties aan de orde, zoals het onderscheid tussen goed en kwaad, schuld en onschuld, menselijkheid en onmenselijkheid binnen zoiets monsterlijks als de holocaust.
Eén zo´n schrijver, mij warm aanbevolen door mijn ouders, is Primo Levi (1919-1987).
Hij was een Italiaanse jood en heeft een jaar lang in Auschwitz gezeten, wat hem heeft bewogen tot het opschrijven van zijn herinneringen aan die tijd in zijn boek Is dit een mens, inmiddels een klassieker onder de kampbeschrijvingen. Levi geeft aan zijn verhaal een extra dimensie: een stelsel van morele waarden zet hij uiteen in zijn werk en vooral in zijn laatste, welk ik persoonlijk (samen met Is dit een mens) zijn beste boek vind: De verdronkenen en de geredden.
Het is een essaybundel die sterke parallellen vertoont met ander genoemd werk en waarin de morele dilemma´s zoals Levi die ervaart op een uiterst objectieve wijze worden uiteengezet.
Zo bespreekt hij "de grijze laag": een reeds bekende (beruchte) term die betrekking heeft op gevangenen met privileges, gevangenen die ten koste van andere gevangenen probeerden te overleven en zo óók daders werden: ze werden gelijk(gemaakt) aan hun onderdrukkers, aan wie ze een excuus verschaften om hen te verdelgen. De "satanische lach" achter de relatieve wapenstilstand van een voetbalwedstrijdje tussen de SS en een SK**, "de aasgieren van het crematorium": (...)het is zover, we hebben ons doel bereikt, jullie zijn het andere ras niet meer, het anti-ras, de grootste vijand van het Duizendjarige Rijk; jullie zijn het volk niet meer dat afgoden weigert. We hebben jullie met ons mee in de diepte getrokken. Jullie zijn net als wij, net als Kaïn, hebben jullie je broeder gedood. Kom maar, dan gaan we samen spelen(...).
Mij heeft het boek een verdieping van mijn normbesef, mijn besef van de scheidslijn tussen goed en kwaad, bijgebracht: een duidelijke uiteenzetting van wat het, onder de meest onmenselijke omstandigheden, inhoudt om een mens te zijn;
Het heeft me een nieuw inzicht in de "Lagerrealiteit" gegeven: de enkele geschetste scènes (zijn verhaal had Levi al gedaan in Is dit een mens) zie ik duidelijk voor me wanneer ik ze lees, in zwart, wit en grijs, zijn theorieën helder uiteengezet voor volgende generaties om er lering uit te trekken.
Ik heb dit enthousiasme over Levi´s uiteenzettingen in een vergelijking met Durlacher´s Strepen aan de hemel op zo´n dertig mensen getracht over te brengen middels een referaat en ik hoop dat ze ervan hebben geprofiteerd.
Gevoelens van verbittering, haat en zelfs boosheid zijn niet te vinden in Primo Levi´s werk. In zijn korte verhalen zit humor, en mijn beeld van hem was ookal voordat ik het in een gesprek met hem geschetst las, dat van een vriendelijke oude man, ironisch-begrijpend van houding, die veel glimlacht.
Zelf zei hij dat hij veel hield van het leven. Het motto echter van zijn laatste werk, een fragment uit Coleridges The Rime of the Ancient Mariner ("Since then, at an uncertain hour/ That agony returns/ And till my ghastly tale is told/ This heart within me burns."), suggereert dat zijn kampervaring hem, begrijpelijkerwijs, nog heel erg dwarszat. Levi vond de dood na een val in het trapgat van zijn ouderlijk huis en het is niet geheel onwaarschijnlijk dat het geen ongeluk was.
*"Ad ora incerta": de titel van een dichtbundel door Primo Levi
**SK: Sonderkommando: gevangenen ingezet om lijken naar de crematoria te brengen