Oorlogen tijdens de Republiek



Bij aanvang van de Romeinse Republiek (509 BC) is Rome de leidende stad van de Latijnse Stedenbond, zijn de meeste naburige bergstammen onderworpen en heeft de Romeinse expansie de Tibermonding bereikt. Ondanks deze successen is Rome nog steeds een kleine stadstaat en voert gedurende de eerste eeuw van de Republiek noodgedwongen een defensieve politiek. Het ziet zich omringd door Italische grootmachten en probeert zich te handhaven tegenover de opdringende Etrusken.



Het duurt tot 406 BC vooraleer Rome zijn eerste veroveringsoorlog op Etruskisch grondgebied voert. Na de verwoesting door de Galliërs (390 BC) herrijst Rome uit zijn as, neemt de leidende positie in Midden-Italië van het door de Gallische raids fel verzwakte Etrurië over en verovert in 120 jaar tijd het ganse schiereiland.

Na de verovering van Tarente (272 BC) en Rhegium (270 BC), de vernietiging van de Samnieten (269 BC) en de val van de laatste Etruskische stad Volsinii (265 BC) is Rome klaar om zijn hand uit te strekken naar gebieden buiten het schiereiland. Het eerste slachtoffer is de vroegere bondgenoot Carthago, waarmee Rome een heroïsche tweestrijd zal voeren tijdens de 'Punische Oorlogen'. Het zijn deze oorlogen die Rome buiten Italië brengen en haar doen inzien dat de wereld niet ophoudt aan de natuurlijke grenzen van het schiereiland.


klikbare tijdsband



This page has been accessed times since March 24, 1999 1