Museum
De Herder bekeek het standbeeld en zag er niks in. Hij liep er eens omheen, checkte de achterkant van z'n broek op een eventuele bloedvlek en toen hij er geen gevonden had, bekeek hij het nog eens. De Herderskat was er bovenop gesprongen en dat gaf het geheel een extra dimensie.
'Weet je', zei de Herder tegen de kat, 'als dat been—want daar lijkt het op—staat voor mobiliteit of macht, dan ben jij dus een buitengewoon machtige of mobiele kat'
'Hm, ja daar zeg je zo wat. Dan heb ik bijvoorbeeld een soort machtsprothese.'
De Herder liep verder, naar de volgende zaal en de kat sprong van het been en volgde hem.
'Een spiegelei', zei de kat.
'Nee, een lymfocyt', zei de Herder. 'Ik haat lymfocyten.'
Plotseling ging er een mobiele telefoon. Iedereen in de zaal keek verstoord op van de verschillende bloedcellen die er stonden opgesteld. Niemand nam op, aangezien de telefoon bleef gaan. 'Psst, neem dan op!' siste de kat. De Herder keek hem vragend aan. 'Het is de jouwe!' riep de kat ten einde raad. Geschrokken greep de Herder naar zijn linker achterzak die inderdaad een rinkelend apparaatje herbergde. 'Of is het herbierg?' vroeg hij.
'Hallo, met de Herder?' Lange tijd bleef het stil in de zaal, totdat de museumbezoekers opnieuw werden opgeschrikt, dit maal door een doffe klap: overmatige wanhoop en irritatie waren de Herder meester geworden bij het ontvangen van een zoveelst bommel-ding. Tijdelijk geveld door een flauwte stortte hij ter aarde.
'Gaat het weer een beetje?' vroeg de kat. 'Eet eens door. Wat was dat nou, ben je nog steeds zo panisch voor bommel-dingen?'
'Dat en lymfocyten,' antwoordde de Herder getraumatiseerd.
'Heb je de Douchestang al gebeld?'
'Nee, wil jij dat deze keer voor me doen? Alsjeblieft?'
De kat schoof de telefoon van de Herder naar zich toe, die tegenover hem voorzichtig maar gestaag een stuk kwarktaart zat te verorberen.
'De Herder dus,' verhelderde de kat.
'Hm? Ik denk dat ik overspannen word', zei de Herder. 'Ik heb geen zin in die strandwandeling met de schapen morgen...en als de douchestang straks op de thee moet komen hang ik me op aan me—'
'Shh', zei de kat. 'Is dit de firma Douchestang? Mag ik de chef even?'
'
Hallo, met De Altijd Vriendelijke En Gastvrije Douchestang?''Yo, met de k— eh, Herder'...
De Herder staarde in de verte en dacht aan de lange en ongemakkelijke theevisites van de Douchestang en hoe het leven zoals iedereen dat leed niet zijn idee was.
'Sjezus, wat heeft die gast een harde stem, zeg,' verzuchtte de kat. 'Dinges komt niet op de thee maar hij ontvangt thuis wel de ontbommingsdienst voor ons'
'Ok,' zei de Herder.
'Als ik er toch achter kom wie steeds die meldingen doet..'
'Mijn demonen,' fluisterde de Herder.
In de laatste zaal was het werk van een jong gestorven Fransman uitgestald, van de naoorlogse Oostenrijkse stroming "Konkrete Connerie". Er hing een beklemmend sfeertje.
'De arme man,' zei de Herder meer tegen zichzelf dan tegen enig ander. 'Wat moet hij gefrustreerd geweest zijn...'
De kat kwam aanhollen met een ondeugende blik in de ogen. 'Hoi hoi! Ik heb net een suppoost laten struikelen en hem vervolgens zodanig platgeluld dat hij nu denkt dattie een midlife-crisis heeft! Had ik trouwens al verteld dat ik vanavond een date heb? Blijf waarschijnlijk de hele nacht weg.'
De Herder liep wenend de zaal uit.