"Zo", zei de Herder, "en vanaf nu wil ik het niet meer over Chris hebben. Met geen woord, hoor je?"
Hij wachtte op een reactie, maar de kat deed ongeïnteresseerd.
"Waarom dan?" vroeg die na enkele minuten. "Ben je allergisch?"
"Ja voor flierefluiters. Bovendien is hij een flikker."
"Jij niet dan?" vroeg de kat met een knipoog die de Herder even ontging en in plaats van het beoogde effect van relativeren te bewerkstelligen, de muur sierde met een spetter olijkheid.
De Herder keek de kat vernietigend en kwaad aan.
De kat knikte in de richting van de muur waarlangs de knipoog ontwapenend en één en al berusting naar beneden droop, maar de Herder keek even en haalde zijn schouders op. "Hij is toch weggegaan."
"Met jou in zijn hart, dat weet ik zeker."
"Je kijkt erbij alsof je iets vies ruikt", zei de Herder.
"'t Was toch ook een miet. Met zo'n roze WC-verfrisserlucht, weetjewel."
De Herder stond op, want zijn pieper ging af. "Kudde ontsnapt..." mompelde hij.
"Het is goed dat je afleiding vindt bij de Brigade"
"Ja..."
"Jij moet er eens uit. Ber belde laatst."
Maar de Herder was reeds vertrokken met autosleutels en ziel in zijn handen.
De lucht was wijds en grijs en de Herder genoot van alle nare geesten. Maar toen bedacht hij dat uit diezelfde lucht Chris was neergedaald met zijn licht en fratsen. De schaduw had zich ongestoord uit kunnen breiden, doordat Chris hem als een prednisonnetje leek te doen wegvagen.
Want hoezeer voelde hij zich nu aangevreten als een appel
"Goed, dat is wel te doen, denk ik", zei de Herder.
"Oja, en er was nog een bericht voor jou dat ik moest doorgeven: iets van Chris is je nog niet vergeten. Gaat het wel?"
En de Herder rekende erop dat de regendruppels op zijn gezicht hem wel de nodige dekking zouden verlenen.
"Ja, best", antwoordde hij.
*zie Nick Cave & the Bad Seeds, Murder Ballads