Chris

 Op een nacht krijgt de Herder bezoek van een vreemdeling in een vliegende schotel, die zich voorstelt als JC van Nazareth ("Chris voor intimi, ook herder"). De Herder nodigt hem uit binnen te komen en al gauw raken de twee collega’s in gesprek over een theorie van de Herder die hij die middag nog met de kat besproken heeft. Hij is van mening dat het klassieke rollenpatroon waarin de herder als hoeder staat ten opzichte van zijn kudde zo langzamerhand wel eens doorbroken mag worden, zodat ook de herder door zijn beschermelingen kan worden verzorgd. Chris, slechts herder in spreekwoordelijke zin, denkt aanvankelijk dat hij het heeft over feedback van ideeën, maar wordt zich dan bewust van de eigenlijke bedoeling van zijn slaperige gastheer.

Toch schroomt hij niet om op enig moment nog even op het onderwerp terug te komen en vervolgens begint hij over iets heel anders...

Chris zat al een tijdje op het bed van de Herder en was langzaam maar zeker steeds dichter naar de laatste toegeschoven. Nadat ze uitgepraat waren geraakt over feedback en en reply-emailadressen die niet goed ingesteld waren en de problemen bij het beantwoorden van de feedback-email die dit teweeg kon brengen, vroeg Chris plotseling: " Wil je weten wat ik hieronder aanheb?"

De Herder keek de lichtende verschijning in zijn slaapkamer verbaasd aan. "Pardon?"

Chris stond op en begon aan de touwtjes van zijn gewaad te frunniken. "Dit moet je zien", grinnikte hij, "echt ongelofelijk cool. Eigenlijk mag alleen de inheemse bevolking van de planeet Nazareth dit, maar ik heb ze zover weten te krijgen dat ik er ook één... shit, kun je me even helpen hiermee?"

"J-ja hoor", stamelde de Herder. "Wat moet ik doen?"

"Deze knoop wil er niet uit". De Herder ging aan de linker zijde van Chris staan en begon de knoop los te maken in de touwtjes die zijn gewaad ter hoogte van zijn schouder bijeenhielden. Het lukte bijna meteen. Tevreden bedacht hij dat hij dus toch niet voor niets een jaar bij de padvinders had gezeten.

"Dank je", zei Chris en glimlachte beminnelijk naar de Herder. "Wat zit je haar leuk. Zo moet het wel lukken, denk ik. Pas op..."

De Herder voelde zich ondanks het feit dat het een compliment was, een beetje ongemakkelijk onder de opmerking die Chris over zijn haar had gemaakt. Hij hoopte half dat hij weer door het raam en naar zijn schotel zou verdwijnen. Hij deed een stapje naar achteren toen Chris zijn gewaad met een wijd gebaar over zijn hoofd trok. De Herder gluurde er nieuwsgierig onder, maar hij zag niets. Het kwam niet bij hem op om het licht aan te doen en bovendien vond hij dit gelijk een soort van heiligschennis toen dit even later wel gebeurde.

Intussen was Chris druk bezig om wat het ook was dat hij wilde laten zien tevoorschijn te brengen terwijl hij zich in allerlei bochten wrong. "Moet ik weer helpen?" vroeg de Herder. Hij kreeg niet meteen antwoord.

"Klere, waar zat het ook alweer. Nee hoor, hier moet ik zelf achter zien te komen... ik hoop niet dat dit ook op stemgeluid werkt... ik zou niet weten waar ik dan in moet spreken, dat luistert ook zo nauw, weet je... Ah! Haha! Aan!"

De Herder gaapte en vroeg zich zo langzamerhand af of hij misschien die dag niet teveel schapen had geteld. Plotseling werd het heel licht in de kamer. Chris stond nu met zijn armen wijd en gaf nog meer licht dan anders. Hij leek van top tot teen bedekt met een heleboel kleine lampjes in allemaal verschillende kleuren. Er ging een zacht getinkel uit van de plaats waar hij stond. De Herder hapte naar lucht van verbazing. "Wow...", zei hij.

Ineens moest hij denken aan de Aartsbisschop in Alfred J. Kwak. Hij grijnsde.

"En, wat vind je?", vroeg Chris.

"Mooi hoor, dient het nog ergens voor?"

"Zo word je ‘s nachts gezien in het verkeer en niet overreden." Chris grinnikte. "Nee hoor, het is voor het mooi en eigenlijk ook een statussymbool. Het geeft aan dat je hele ziel liefde en licht kan brengen aan wie het ook maar nodig heeft, het hoogste wat je op mijn planeet kunt bereiken. Mijn buurman Sinterklaas heeft er ook één, die past over die achterlijke mijter van ‘m."

"Cool", zei de Herder en hij glimlachte vermoeid. Hij verlangde naar zijn bed. "Zeg, blijf je slapen?" vroeg hij. "Ik ben nogal moe, je kent het wel, morgen weer vroeg op..."

"Uit!" riep Chris gebiedend en hij werd weer donker. "Nou..."

"Zal ik je installeren op de bank?"

"Nee hoor, ‘k ga lekker naar mijn bionische bedje in m’n schotel, als je het niet erg vindt. Zal ik morgenochtend komen ontbijten? Praten we dan verder."

"OK", zei de Herder, "’terusten!"

"Bye", zei Chris en verdween.

Terug 1