Wy Juan Pedro van Collen, Gouverneur deeser ende onderhoorige Eylanden representeerende
haar Hoog mog-- de Heeren Staten Generaal der vereenigde Nederlanden, mitsgadens de Edele
groot Agtbaare heeren Bewindhebberen van de generaale geoctroyeerde WestIndische Compagnie
deszelver Nederlanden, allen den geenen die deese sullen sien of hooren leesen, Salut,
doen te weeten
Alzoo ons is gebleeken, dat aan de kaayen van Rocus sig onthouden eenige Zeeroovers, die
bereyds eenige van de Engelsche Natie die aldaar ter Visserije sijn gecomen hebben gespo-
lieerd en mishandeld, ende te dugten is zij nog meerdere roverijen sullen onderneemen en
doen en alzoo de vrije Navigatie aldaar te belemmeren, waarinne wij hoog noodig geagt heb-
ben te voorzien, Soo is't dat wij op de aanklagte van denselve Engelse Natie den Schipper
Barent Dirkse Kock voerende de Barg genaamd de Helena Catharina deese commissie hebben
verleend omme met sijne voorn. Bark uijt deese haven direct te zeijlen naar de kaaijen
van rocus en de voorsz Rovers van daar af te halen en in deese haven op te brengen, en
indien de gemelde Schipper Barent dirksz Kock in dese syne wyse door Storm ofte wel andere
ongelegenthijd genoodsaakt wierd eenige haven, baijen, reeden ofte rivieren aan te doen,
ofte wel eenige Scheepen of Vaartuijgen quam te ontmoeten wij ten dien eijnde alle hooge
en laage officieren soo te Water als te lande wyle willen hebben versogt denselven
Schipper met sijn voornoemde Bark en Volk vrij en onbekommerd te laten Varen en keeren,
sonder hem eenig belet of hinder aan te doen, maar veel Liever, is't nood, op deszelfs
verzoek alle hulpe ende adsistentie te bewijsen, 't welk wij in diergelijke Occasie zullen
tragten te verschuldigen; ende met behoorlijke dankbaarhijd erkennen.
Gegeven onder ons hand en groot Zegel van de Generaale geoctroijeerde WestIndische Comp
In't Fort Amsterdam op Curacao den 10e februarij 1738.
(handtekening)
Ter ordonnantie van deselve
Gerrit Luls
Secret [proo.?]
|