Van onze correspondent te A.

Het was de laatste ronde van het open Apeldoorns kampioenschap. We schrijven oktober 1988. Peter moest winnen voor een podiumplaats. Ikzelf mocht verliezen; het zou niets uitmaken voor mijn eindklassering. In die tijd trokken wij met een groepje van vier vaak samen naar toernooien en kenden wij het gebruik om gewonnen prijzengeld onderling te verdelen. Dit beliep niet in de duizenden guldens, ook niet in honderden, maar in die tijd vond ik een tientje ook al behoorlijk wat geld. Peter en ik spraken af dat ik hem zou laten winnen. Dat zal achteraf, beschouwd vanuit een luie fauteuil en met een stel voeten op de salontafel een gemakkelijke opgave lijken, ethische bezwaren daargelaten. Immers: onze scheidende voorzitter kent de loop der stukken en is bovendien bekend met het feit dat het in ons edele spel om den koning draait. Maar oef!! Wat viel het mij tijdens die partij tegen om Peter de helpende hand toe te steken! Hij speelde zo tenenkrommend slecht dat ik alle zeilen moest bijzetten om hem niet per ongeluk mat te zetten, of met één verveeld gebaar van al zijn matpotentieel te ontdoen. Ik herinner mij hem af en toe vragend te hebben aangekeken: speel je nu serieus of is het omdat je weet dat ik je zal laten winnen? Maar Peter merkte mij niet op, geconcentreerd als hij zat te broeden op varianten die alleen in zijn hoofd bestonden, op slagenwisselingen ontbloot van iedere relevantie, op kandidaat-zetten bij het aanhoren waarvan koude rillingen de ruggen langdurig zouden hebben bestookt. Ik wil deze partij met de mantel der liefde bedekken. Over Spassky-alumni per slot van rekening niets dan goeds; alleen zo heb ik zelf nog kortelings de Joost-memorial een plaats in mijn wereldbeeld weten te geven. Ik laat het bij één diagram en zal zwijgen over de misplaatste lange rochade, geen woorden vuil maken aan de knullige postering van dame en loper en bovendien hopen dat de lezer de ongelukkige zelfpenningconstructie op de f-lijn zal ontgaan.

Peter - Henk, Apeldoorn 1988, Stelling na 28.d4?

Mijn handen jeukten, 28...Lh3 wint weer eens groot materiaal, maar ik besloot de partij te besluiten met 28...Dg5! Hierop bleek Peter verscheidene krachtige ripostes achter de hand te hebben gehouden, die ook door niet-schakende huisgenoten van Spassky's van het diagram af zouden moeten kunnen worden gevonden. Overigens liep Peter 'onze' prijs tenslotte in stijl op weerstandpunten mis.

Het was pas jaren later, waarde clubgenoten, dat ik begreep dat deze gang van zaken volstrekt verklaarbaar was geweest. Het inzicht was in mij gerijpt dat iedere prikkel tot prestatie indertijd bij Peter had ontbroken. Onze sterrengeleerde clubgenoot is nu eenmaal een man gebleken die onmogelijk buiten stimuli kan, stimuli zonder welke hij helaas (ook voor hemzelf!) de dosis adrenaline van een mud aardappelen bezit, stimuli, die bovendien nogal dun gezaaid zijn. Eén voorbeeld zal ik u niet onthouden, maar dat is dan ook een uiterst werkzame stimulus bebleken, die bovendien in Peters verhuizing naar Amsterdam weer een doorslaggevende rol heeft gespeeld. Het is de Vrouw. Zij geeft Peter vleugeltjes, met haar springt hij over iedere muur, haar aanwezigheid smeedt alle traagheid in een ommezien om tot durf, dynamiek, doortastendheid, voor haar rent hij desgewenst de hele wereld rond - dóór haar groet men Peter bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken intussen als een oude bekende. Is er een groter contrast denkbaar dan die tussen deze Ultieme Prikkel en het fietssleuteltje van Dries Koster, woonachtig aan de Vaargeul te Lewenborg? Ik weet, het gaat niet aan om bij een afscheid oude wonden open te rijten, maar ik noem dit toch, omdat het zo'n bloemrijk beeld is.

We zullen dit beminnelijke mens missen, zijn onvoorspel- en -stelbare capriolen en zo berucht broertje dood aan verantwoordelijkheid waren ontegenzeggelijk -of in ieder geval óók- erg om te lachen. ("Henk je zult wel heel boos zijn, maar ik zit nu in Boston en het origineel van de Boris zit nog in mijn tas - kun jij, kan Dries, kan iemand...") Ik hoop dat het Peter goed ga in 's lands hoofdstad en wat de Boris betreft: Met ingang van dit nummer is 'Van onze correspondent te A.' een regelmatig terugkerende rubriek.

Henk van P.


1