Van katten en dingen die voorbijsuizen
De Lutmastraat in de Amsterdamse Pijp speelt een belangrijke rol in ons leven. Als kleuter speelden wij er op huisnummer 47 al met de knopendozen van onze grootvader die er het kleermakersvak uitoefende. Later gingen wij er, op huisnummer 129, zelf wonen en ook nu nog woont in de Lutmastraat onze enige echte tante. Veel groenten en fruit groeien er niet in de achtertuinen van de Lutmastraat maar toch levert de tuin van onze tante rijke oogsten op. Regelmatig zeilen volle vuilniszakken, stukken wasgoed, gevulde plantenbakken en andere nuttige gebruiksvoorwerpen langs haar keukenraam omlaag. Het enige wat ze maar hoeft te doen, is drie stapjes naar buiten te treden om in het bezit te komen van alweer een rijke aanwinst. Maar helaas kan ze die drie stapjes naar buiten niet zelf doen, want ze is hoogbejaard en invalide. Bovendien is haar tuin alleen te bereiken via de keukendeur en daarvan is ze de sleutel soms kwijt. Dat hebben 'vreemde mannen' gedaan, legt ze dan uit, vreemde mannen die 's nachts door haar huis stommelen en ook alle koekjes uit de trommels opeten. Maar gelukkig vinden we af en toe tante's sleutel terug. Die bleek dan in de broodtrommel te liggen. Of er achter. Of onder haar hoofdkussen. Of gewoon in de zak van haar peignoir.
Een aantal jaar geleden was tante nog redelijk goed bij haar hoofd en ter been en kon ze zelf alle in haar tuin neergesuisde rotzooi opruimen. Zo kwam ze ook in het bezit van een wit-rood-zwart gevlekte Poes. De buurvrouw van twee hoog was al langs geweest om te vragen of onze tante wellicht de kat had gezien die ze per ongeluk van het balkon had gegooid. Nee, onze tante had dat gebeuren niet opgemerkt, maar een dag later trof ze het beestje onder de rododendron aan. Tante belde na de vondst bij de buurvrouw aan om te vragen of ze haar poes kwam ophalen. Nee hoor, sprak de kattenwerpster, ik heb hem niet meer nodig!" En nu leidt diezelfde Poes, twee etages lager, alweer jaren een tevreden leventje bij onze tante. Nu en dan schrikt het dier, Maybe geheten, op als er weer eens een soortgenoot langs het raam suist, want er worden in tante's omgeving nog altijd katten gelanceerd.
Het viel onze tante wel op dat de overige objecten die omlaagzeilden, de laatste tijd steeds groter werden. Vlak voor het echt slecht met haar begon te gaan, trof ze op een ochtend een compleet damesrijwiel, voorzien van een zwaar kettingslot tussen de geknakte begonia's aan. Langs haar achtertuin loopt echter geen fietspad en evenmin heeft er de laatste weken in de Lutmastraat een tornado gewoed. Onze tante belde bij de bovenburen aan om te informeren of daar wellicht iemand een fiets was verloren. Boven tante's woning bevinden zich drie verdiepingen. Op de eerste verdieping woont H.V.O. Jonker, op tweehoog woont H.V.O. Koopnians en helemaal. boven heeft H.V.O. Jagtman zijn domicilie. Dat drie niet aan elkaar gerelateerde bewoners allemaal dezelfde voorletters hebben, is iets wat je toch alleen maar in de Lutmastraat tegenkomt! Maar wie navraag doet, komt tot de ontdekking dat de keurig ingerichte, geheel gestoffeerde en van alle gemakken voorziene bovenwoningen van de Hulp Voor Onbehuisden zijn. De namen achter de letters H.V.O. zijn de achternamen van de contactpersonen die de belangen van de onbehuisde cliënten behartigen. De onbehuisde H.V.O.Koopmans (twee hoog) was op vakantie en kon dus moeilijk hebben geprobeerd of hun fiets wilde vliegen, maar mevrouw H.V.O. Jonker van één hoog had kort geleden op een nacht gezien dat er wel drie politie-autootjes voor de deur hadden gestaan en dat er kort daarna driftig op de deur van H.V.O. Driehoog was gebonsd. Woonde daar misschien een fietsendief die, na op straat betrapt te zijn, het afgesloten rijwiel op de schouder torsend, de trappen naar zijn H.V.O. woning was opgesneld en zich daarna van het bezwarend materiaal had ontdaan door het rijwiel de donkere nacht in te werpen?
Tante vermoedde dat het hier wel degelijk om criminele zaken ging en besloot de politie in de Pieter Aertszstraat in te lichten. Ze meldde telefonisch dat een met een zware ketting afgesloten, niet aan haar toebehorend damesrijwiel op onverklaarbare wijze in haar achtertuin was terecht gekomen. 'Komt u hem maar brengen" was het laconieke antwoord. Ja, zo gaat dat tegenwoordig.
Het hoeft geen betoog dat onze invalide 82-jarige tante vervolgens direct de tuin insnelde, de vederlichte opoefiets op haar uiteraard sterke, goed getrainde schouders hees en met kwieke tred naar de Pieter Aertszstraat stapte. Ze wilde met haar zware last nét het stenen trapje naar het bureau optrippelen toen een ijverige hulpagent, die het maar verdacht vond, haar arresteerde en in het gevang liet werpen. En daardoor is ze natuurlijk aan de drugs geraakt..