Kleefkracht Postzegels Bepalend
Voor Kinderbijslag

In een vorig nummer van "De Stille Graaf" klaagden we steen en been over de geringe plakkracht van de achterkant van Beatrix. De Sociale Verzekerings Bank weigerde namelijk onze aanvrage kinderbijslag, omdat kafmeesjes van de postkamer aldaar hadden ontdekt dat er geen postzegel op de (wél degelijk door de PTT afgestempelde) envelop zat. Die zegel moet er dus kennelijk tijdens het verwerken door PTT-Post zijn afgevallen. Reden voor de SVB om onze aanvrage Kinderbijslag te weigeren wegens `onvoldoende dan wel niet-frankeren'.

Een kennelijk zwakbegaafde medewerker van de postkamer bij de Sociale Verzekerings Bank (SVB) had er als een bezetene niet één, maar wel drie afwijzende mededelingen opgestempeld. De eerste twee schots en scheef over elkaar heen gestempeld (waarschijnlijk om alvast wat te oefenen) en daarna, met de tongpunt tussen de lippen in één keer goed, op een nog onbeklad stukje van de envelop: "Retour Afzender. Door geadresseerde geweigerd wegens port." Hierbij (zie onder) nogmaals de envelop, waarop duidelijk is te zien dat de PTT onze zending keurig had afgestempeld en dat op het moment van afstempelen de postzegel, die wij volgens de regelen der kunst hadden bevochtigd, nog op de envelop moet hebben gezeten. Er was derhalve helemaal geen sprake van onvoldoende of niet-frankeren, maar van regelrechte, ordinaire ambtenarij.

De door de Sociale Verzekerings Bank geweigerde enveloppe met daarin
onze aanvrage Kinderbijslag. Aan het poststempel is te zien (let op het onderbroken
"rondje" van het stempel) dat er ten tijde van terpostbezorging wel degelijk een postzegel
op de enveloppe heeft gezeten.

We waren behoorlijk pissig over de behandeling die ons wel degelijk gefrankeerde poststuk ten deel was gevallen en schreven in ons beste ambtelijk Nederlands een beschaafd klaagbriefje naar de Directie Zegelwaarden en Filatelie van PTT-Post (zie reproduktie hieronder).

PTT Post In- en Externe Communicatie Post
Postbus 30250
2500 GG 's-Gravenhage

Amsterdam, 17 augustus

Betreft: slecht plakkende postzegels

LS.
Reeds geruime tijd hebben wij problemen met de Iijmkwaliteit van Beatrix' achterkant. Wij hebben daar in mei, resp. juni van dit jaar in onze uitgave 'De Stille Graaf' verslag over gedaan en onze kritiek werd vervolgens overgenomen door enkele landelijke bladen. Ook recentelijk moesten wij weer constateren dat een correct op een poststuk aangebrachte zegel van tachtig cents na afstempeling kennelijk van het betreffende stuk is afgevallen.

Wij nodigen u uit bijgaand nummer van 'De Stille Graaf' aandachtig door te lezen en ons na kennisname daarvan te doen weten of u reden ziet de verloren gegane zegel van f1. 0.80 te vergoeden. Verder kan het misschien geen kwaad indien u de Sociale Verzekeringsbank, i.c. de Raden van Arbeid, erop wijst dat de door deze instellingen gehanteerde richtlijnen betreffende het weigeren van 'ongefrankeerde' stukken verbetering behoeven. De irritaties die deze idioterie oproept, doen immers ook afbreuk aan uw eigen, via tv-spots de laatste tijd zo zorgvuldig opgebouwde, imago!

Tenslotte verzoeken wij u genoemd artikel onder ogen van de heer Cees Janssen te brengen. Hij immers deed in het aprilnummer van 'Postcontour' nogal geringschattend over de bij uw bedrijf binnenkomende klachten betreffende de onvoldoende lijmkwaliteit van de Nederlandse postzegels, en wij willen hem doen weten dat dit verschijnsel voor ons, gebruikers, in meerdere opzichten bijzonder hinderlijk is. Volgens onze informatie is deze heer Janssen werkzaam bij de Directie Zegelwaarden en Filatelie (thans grotendeels samengebracht met de Directie Exploitatie Loketdiensten), maar ondanks deze mondvol hebben wil niet kunnen localiseren in welke stad, in welk gebouw, achter welke postbus, zijn bureau staat

Inmiddels verblijven wij, in afwachting van uw berichten,
Hoogachtend,

Raw Bear

Onze brief aan PTT-Post

We verpakten bovenstaande brief (met als bijlage een kopie van de gewraakte kinderbijslagenvelop en een exemplaar van De Stille Graaf) in een mooie grote envelop. We wilden het geheel als brief versturen en plakten er daarom drie postzegels van 80 cents op, maar vroegen ons daarbij af of we niet teveel, en daarna of we niet te weinig zegels hadden opgeplakt. Maar opeens beseften we dat frankering misschien wel helemaal niet nodig was (onze brief ging immers naar de PTT, het hol van de postzegelleeuw) en we besloten dat straks op het postkantoor even na te vragen. Daarom bevochtigden we de sluitrand van de gefrankeerde envelop niet maar lieten hem open, en adresseerden vervolgens een tweede enveloppe aan de PTT.

Waarom die tweede envelop? Wel, als frankeren niet nodig zou blijken, zouden we de reeds gefrankeerde omslag later voor een ander doel kunnen gebruiken. Op het postkantoor konden we dan de inhoud eruit halen en in de niet-gefrankeerde envelop stoppen. We waren snel aan de beurt bij Tante Pos, schoven de gefrankeerde en gevulde (maar nog niet dichtgeplakte) envelop door het loketlaatje en vroegen de juffrouw of we deze zending ook zonder postzegels mochten versturen. Daar had ze niet meteen een antwoord op; ze dacht even na, keerde zich toen naar een collega aan het loket ernaast en vroeg:
"Kan een particuliere brief aan de PTT in een dienstenvelop, Jaap?'
Jaap wist het ook niet en gaf de vraag door aan Thea van Alle Handelingen, twee loketten verder.
"Ja hoor, volgens mijn wel", riep Thea naar Jaap.
"Volgens Thea mag het", gaf Jaap vervolgens aan onze lokettiste door, die ons vervolgens met het nieuwtje: "Ja, het mag ook zonder postzegels" verblijdde.
Daarop wierp ze onze envelop op de weegschaal, las het gewicht af, controleerde of er wel genoeg porto was geplakt, hamerde vervolgens met haar PTT-stempel drie keer op onze drie postzegels van 80 cents en wierp haar creatie daarna achteloos in de grote postzak achter haar.
"Wat doet u nou?" vroegen wij verbijsterd.
"Ach, wat stom!" zei onze lokettiste, stond op om de afgestempelde envelop uit de zak te gaan vissen maar bedacht zich halverwege en ging weer zitten. Ze pakte haar grote postzegelboek, haalde er een groot vel met postzegels van 80 cents uit, scheurde er drie vanaf en schoof die door het loketlaadje (of is het -laatje?) naar me toe.

En toen wij, met retourporto en de nu nutteloos geworden ongefrankeerde reserve-enveloppe wegliepen, hoorden wij haar nog roepen: "Kasverschil is nu twee gulden en veertig cent groter geworden, Jaap!"
En sindsdien wachten we af of de Directie Zegelwaarden en Filatelie ons het verschrikkelijke verlies van FL. 0,80, zijnde de prijs van een slecht lijmende, van onze kinderbijslagaanvrage afgewaaide, postzegel wenst te vergoeden. Op 31 augustus reeds ontvingen we een schrijven van de Manager In- en Externe Communicatie Post persoonlijk, de heer Ad Interim (vreemde naam) die de goede ontvangst van ons schrijven bevestigt en meedeelt: Wij hopen u binnen afzienbare tijd nader te informeren omtrent de door U geconstateerde situatie.

Een nieuwe postzegel van tachtig cents had Interim niet bijgesloten. Uiteraard niet, want voordat het voormalige staatsbedrijf tot vergoeding van zo'n exorbitant hoog bedrag kan overgaan, dient er natuurlijk eerst een uitgebreid en diepgaand onderzoek te worden ingesteld. Wij wachten nu dus op een vragenformulier waarop wij vermoedelijk dikte, breedte en vochtigheidsgraad van onze tong moeten opgeven, opdat PTT-Post kan bepalen of het onze dan wel hun schuld is dat door ons opgeplakte postzegels weer net zo hard van de stukken vallen. Daarna krijgen we ongetwijfeld een reageerbuisje thuisgestuurd waarop we moeten reageren door het, gevuld met een monster van ons speeksel, in te leveren bij het PTT-onderzoekslaboratorium. Dat lab zal natuurlijk en passant informeren naar mogelijke erfelijke kwalen en andere hobby's in onze familie ('Klakt u veel?' 'Slaat u wel eens op uw tong tijdens het timmeren?' en 'Laat u op droge, zonnige dagen wel eens het achterste van uw tong zien?). Tenslotte volgt dan, als proef op de som, ook nog de lijmtest waar we, onder het kritisch keurend en toeziend oog van geselecteerde beheerders van diverse PTT-bijkantoren, postzegels van diverse frankeerwaarden moeten aflikken alvorens de Post, op basis van het uiteindelijk door genoemd onderzoekslaboratorium ingediende eindrapport, besluit ons wel of niet die postzegel van 80 cents te vergoeden. Reeds zeven weken later was PTT-Post met dat onderzoek klaar en ontvingen wij het volgende schrijven: '

Geachte heer Raw Bear,
In vervolg op ons schrijven d.d. 31 augustus delen wij u hierbij mede dat het bij de slechte gomkwaliteit een incidenteel voorval betreft. Wij betreuren dat daarbij ongemak ontstaat voor de gebruikers doch onze voorzorgsmaatregelen zijn zeer grondig. Postzegels zijn een industrieel vervaardigd produkt, dat wil zeggen dat ondanks het veelvuldig trekken van monsters tijdens het gommen, ondanks de controle van deze monsters door het laboratorium en ondanks de deskundigheid van de medewerkers, het altijd mogelijk blijft dat er een "zwakke" plek ontstaat. Om de kwaliteit toch te waarborgen, wordt het postzegelpapier bij Joh. Enschedé & Zn gegomd. Het postzegelpapier wordt van maar liefst 12 g/m2 gom voorzien om er "zeker" van te zijn dat het zelfs op wat moeilijkere papiersoorten blijft plakken. Om een optimaal resultaat te verkrijgen dient de postzegel slechts 1 x bevochtigd te worden met niet al te veel vocht. Bij meerdere malen bevochtigen bestaat de kans dat de gom zijn optimale kleefkracht verliest. Met betrekking tot uw opmerking ten aanzien van de door de Raden van Arbeid gehanteerde richtlijnen kunnen wij u tenslotte meedelen dat met hen kontakt wordt opgenomen dienaangaande.'

Tot zover de brief die we van Ad Interim (we blijven die naam merkwaardig vinden. Zou het een pseudoniem zijn?) ontvingen. Tja, en als je die raadgevingen over spaarzaam likken en vooral niet te veel speeksel zo leest, is het eigenlijk niet verwonderlijk dat de zo zuinige PTT-Post absoluut niet bereid is ons de verloren gegane postzegel van 80 cents te vergoeden.

Terug

1