terug naar homepage
Laatste kans voor een winterkamp!
Traditie is mooi, maar het moet geen gewoonte worden, ik schreef het al vaker. Maar sommige tradities zijn toch wel zo mooi dat ze verdienen in stand gehouden te worden. En dan zijn goede vrienden nodig, om een tijdelijk dipje in de belangstelling te overwinnen. En zo kon het gebeuren dat wij allen door J dringend werden toegemaild; of we ons wel realiseerden dat we deze winter nog niet waren wezen kamperen?!? Jawel Meneer. Dus prikten wij het laatste weekend van de astronomische winter, zetten lijf en leden in het vet en vertrokken op de bevolen datum van huis voor een weekendje afzien en luxe van thuis herwaarderen. Het was koud, in de voorgaande dagen was nog natte sneeuw gevallen, en de weersverwachting sprak van regen...

Vrijdag begon mooi, en ik begon met inpakken en boodschappen doen. Het zonnetje werd dunner en dunner, het werd langzaam grijs. H mailde me, ik kon me rond 2 uur bij hem melden voor gezamenlijk vertrek. Zo gemaild, zo gedaan, en uitgezwaaid door P trokken we weer eens gezamenlijk op avontuur. De eerste spatjes regen waren al gevallen…
Eenmaal op de autoweg werd het snel droog, maar echt leuk rijden werd het niet; het was druk op de weg, heel druk. Toch leverde het samen rijden wel weer een ouderwets gevoel van onderweg op. Herinneringen aan Schotland en zo… H had zelfgebakken wafels bij zich, en de pauze toen we eenmaal op de weg naar Breda zaten was nog steeds droog en genoeglijk. Hij wist de weg naar de camping ook feilloos, ik blijf daar in de buurt in gedachten met die fietstochten uit een ver verleden zitten.
Eenmaal op de camping werd eerst eens wat aandacht aan de vastgeketende pony besteed. Het beest was nieuwsgierig genoeg, met veel plezier knabbelde het aan jassen en andere uitstekende onderdelen. Ik vertrouwde het weer niet helemaal, en we hebben maar snel tentje opgezet. Howard spendeerde heel wat tijd aan een plan de campagne om te voorkomen dat hij door snurkers ingesloten werd. Uiteindelijk stonden de tenten en zaten wij, en ogenblikkelijk begonnen de eerste druppels te vallen.
Gelukkig reed op dat moment J het terrein op. Vrolijk zijn wij bij hem in de auto gestapt in de hoop op droog zitten tot de regen voorbij was. Men moet toch wat zo zonder Zaal Jansssen bij de hand! Dit werd namelijk een wat kleiner Heerenkamp dan gebruikelijk; G ging op ‘bieutje’ jacht in Oostenrijk, en B was geveld door een griep. De auto moet van buiten een verbazende aanblik hebben geboden; beslagen ruiten en ramen op een kier waaruit massieve rookwolken ontsnapten.
Het werd droog, maar niet met overtuiging. J bouwde zijn paraplu met echte matras op, terwijl H en ik een houten klimrek van plastic voorzagen om een beetje droog buiten te zitten. Dat plan werkte wonderwel, al kwam er een serieus venijnige wind onder die plastic door. H en J verdwenen tijdens de volgende regenbui in hun respectievelijke tenten om eten te koken, terwijl ik wat broodjes peuzelde en nog even verder knutselde aan onze zithoek. J had beslommeringen in de stad, en H en ik joegen al snel de brand in de barbecue omdat het toch wel heel serieus fris was. De warmte sloeg mooi terug onder ons afdakje, de Orkney whiskey brandde zijn weg omlaag naar onze buikjes, en zo begon een eerste avond overleven. Worst en dellen smaakten prima. Maar toen de barbecue wat uitgebrand was, werd het snel weer frisser. H ging naar bed. Het had een tijdje niet geregend, en ik wilde eigenlijk wel even de benen strekken, maar ik voelde al snel weer druppels en heb mij ook voor de nacht terug getrokken. Terwijl ik net in de tent zat zwaaiden de lampen van J ook weer over het terrein. Diepe rust daalde over ons kampement neer, slecht doorbroken door een sporadische hinnik en wat sonoor geronk uit de diverse tenten.

De volgende ochtend begon vroeg, fris en droog. Sterker nog, het zag er niet eens beroerd uit! Ik heb een pan koffie gekookt, en ben toen richting net wakkere H gewandeld.
Die heeft, zittend en liggend in zijn tentje, ons beiden van gebakken eieren voorzien. J dook op en knaagde een broodje. En toen? Mijn geëerde kompanen kwamen tot de conclusie dat het fris was, en dat er best nog een schoonheidsslaapje vanaf kon. Dus zat ik al snel in diepe rust te lezen, begeleidt door tweetonig gesnurk.
J kroop even na 12 weer uit de tent om kennissen in Breda op te zoeken; je hebt daar jaren gewoond of niet natuurlijk. H meldde zich pas tegen drie uur, toen de andere H zich aandiende.
De andere H pakte zijn rugzak uit, bouwde zijn tent, en J dook op uit de stad. En zo werd ons kampement kompleet. Er werd koffie gebakken, en er ontstond een soort van staande leeskring. Daarna werd er wat hout gesprokkeld door een paar Heeren, met het oog op een mogelijk klein kampvuurtje. De zon brak regelmatig door, er waren blauwe plekken, dus wat kon ons gebeuren?
Regen dus. Dwars door die fraai schijnende zon heen daalde een regengordijn over ons neer. Dus stapte ditmaal vier man in de auto van J om de bui uit te zitten. Dat lukte wonderwel. Avondeten dan maar? Hierbij dook een probleempje op. J had als enige een auto, en uitgerekend J had zich helemaal voorbereid op zelf koken op de camping. Miljaar! Geen Friet? J werd een vriendelijk aangekeken. En nog vriendelijker aangekeken. Hij streek met zijn hand over het hart; vooruit dan maar!
Dus werd Ulvenhout ingenomen om beslag te leggen op de locale frieterie.
Dat werkte uitstekend, en met precies de juiste nahonger werd in invallend donker naar de camping terug gereden om een klein vuurtje in één barbecue te bouwen, en dood vee te roosteren boven een andere.
Her en der klokten flessen, spetterde vlees en knetterden vlammetjes. Af en toe vielen er wat druppels, maar dit keer zette niets meer door. Het werd een geslaagde avond. de andere H als eerste-dag-kampeerder streek als eerste het vaantje, maar ook de andere Heeren waren, ondanks toch zeker voldoende slaap, op tijd aan plat gaan toe. Ik viel in slaap met een ritmisch ronkend trio op de achtergrond. Ergens hinnikte een pony.

De zondagochtend begon met een grijnzende H die tussen droombeelden van een uit bonte lego-blokjes gebouwde supertanker en een grenen Oost-Indiëvaarder even opdook. Koffie was klaar! Ha! Dat was genoeg om uit die droom te stappen en eens overeind te komen.
Terwijl ik de tweede ketel koffie brouwde doken er meer benen op in mijn uitzicht; de andere H was ook uitgeslapen. Eigenlijk was iedereen wel erg vroeg en fris die morgen. Er was zon, maar volgens zeggen van de buitenstaanders was er ook een snijdend windje, nog steeds. Er werd een korte wandeling naar de boerderij gemaakt om af te rekenen. De Pony stond dus bij ons in het veld aan de ketting omdat hij een beroeps uitbreker was, hij ging overal onder het draad door. Tsja, en daar sta je dan. Nog wat naverbijsterend over de Brabantse mathematica werd terug gewandeld en wat gegeten.
En toen J eenmaal begon met inpakken, was het einde snel aangebroken. De andere H zou door hem de stad in gebracht worden, dus die begon ook maar in te pakken. H en ik vertrokken als laatsten. Het werd nog even een schitterende rit naar huis, al was het dan wel slingerend en met stevige slagzij vanwege een inderdaad venijnige wind over stuurboord. En zo kwam een geslaagd weekend tot een aangenaam einde. Traditie is toch wel mooi...
terug naar homepage
1