De Kikkerkoning


Lang geleden, in een tijd dat dromen nog geen bedrog waren, was er eens een koning die 1 dochter had. Ze was zo mooi dat zelfs de zon, die toch heel wat gewend is, graag voor haar van achter de wolken vandaan kwam.

Naast het koninklijk paleis was een groot donker woud en in dat woud lag een prachtige vijver. Oude eiken en kastanjebomen spiegelden zich in het diepgroene water en tussen het riet bloeiden lissen en koekoeksbloemen.
De prinses zat graag bij die vijver. En altijd speelde ze met de gouden bal, die ze van haar vader cadeau gekregen had. Ze gooide hem hoog in de lucht, zodat de zon hem even met haar stralen kon aanraken en ving hem dan weer op. Die gouden bal was haar lievelingsspeelgoed en het spelletje verveelde haar nooit.
Maar op een dag gebeurde het. De prinses gooide de bal zo hoog op, dat ze hem bij het vangen uit haar handen liet glippen. Verstijfd van schrik zag ze de bal over de grond stuiteren en -plons!- daar verdween hij in het water. De prinses barstte in snikken uit. De vijver was zo diep dat je de bodem ervan niet eens kon zien. En daar lag haar mooie gouden bal nu in de modder en ze zou hem vast nooit, nooit meer terugkrijgen.
Toen ze dat bedacht had, huilde ze nog veel harder. Maar opeens hoorde ze een stemmetje. 'O, wat een verdriet! Je bent veel te lief om zo te moeten huilen. Wat scheelt eraan, lief meisje?'
De prinses veegde de tranen uit haar ogen en keek op. Midden in de vijver zat op een plompeblad een kikker. Hij hield zijn dikke kop een beetje schuin en keek haar met zijn bolle ogen strak aan.
'O ben jij het, waterbeest,' snufte de prinses.
'Mijn gouden bal is in het water gevallen. Daarom huil ik.'
'Is dat alles?' zei de kikker. 'Nou, daar weet ik wel wat op. Maar wat krijg ik van je, als ik je je bal terugbezorg?'
'Wat je maar wilt!' riep de prinses uit. 'Mijn mooie jurken, mijn parels, mijn juwelen -eh- mijn gouden kroontje...'
'Ach, wat moet ik met al die dingen,' zei de kikker. 'Nee. Als ik je vriendje mag zijn, als ik van je gouden bordje mag eten en uit je gouden bekertje mag drinken en in je bedje mag slapen - als je maar een heel klein beetje van me wilt houden, dan duik ik naar de bodem van de vijver om je gouden bal te halen.'
'Ja hoor,' zei de prinses. 'Dat beloof ik. Als ik mijn bal maar terugkrijg.'
En intussen dat ze: Wat haalt die malle kikker zich in z'n hoofd? Hij kan toch alleen maar een beetje kwaken en spetteren. Van mijn bordje eten! Het idee.
Maar de kikker kon haar gedachten natuurlijk niet raden. Hij verdween onder water en in een oogwenk kwam hij weer tevoorschijn met de gouden bal in zijn bek. Hij gooide hem in ht gras, vlak voor de voeten van de prinses. Die slaakte een gilletje van blijdschap en opluchting, raapte haar lievelingsspeelgoed op en rende ermee weg.
'Hela!' riep de kikker. 'Je moet me meenemen! Ik kan je zo niet bijhouden!'
Maar hij kon kwaken wat hij wilde, de prinses luisterde niet eens. Ze holde zo hard ze kon naar huis en was de arme kikker al vergeten voor ze bij de paleisdeur was.
De volgende dag, toen de prinses met haar vader en moeder in de eetzaal aan tafel zat, kwam er iets de trap op. Klets klats, klets klats. En dat iets klopte aan de deur en riep: 'Koningsdochter, laat me binnen!'
De prinses wilde juist een hapje van de koninklijke tomatensoep nemen, maar ze stond nieuwsgierig op om te gaan kijken wie daar wel wezen kon.
Het was de kikker. Daat zar hij. Koud, nat en glibberig. De prinses smeet de deur onmiddellijk dicht en ging met bonzend hart weer aan tafel zitten.
De koningin merkte wel, dat haar dochter ergens van geschrokken was.
'Wat is er, liefje?' vroeg ze lachend. 'Staat er een boze heks voor de deur of zo?'
'Geen heks. Een kikker,' antwoordde de prinses zenuwachtig.
'En wat wil die kikker van je?' vroeg de koning.
'Ach vader. Ik speelde gisteren bij de vijver, weet u wel. En toen viel mijn gouden bal in het water. En toen kwam die kikker en die zei dat hij mijn bal wel wou opduiken, maar alleen als hij mijn vriendje mocht zijn. Nou, dat heb ik toen beloofd. En nu staat-ie voor de deur en hij wil binnenkomen en van mijn bordje eten en uit mijn bekertje drinken en in mijn bedje slapen! Ik moet er niet aan denken, vader! Hij heeft puilogen en hij is zo koud en nat!' Intussen bleef de kikker maar aan de deur kloppen. 'Prinses!' riep hij.

'Prinsesje, koningsdochter,
Doe de deur eens open!
Denk aan je belofte, kind,
't is jouw woord dat ons verbindt!
Doe de deur eens open!'

De koning legde zijn gouden soeplepel neer. 'Wat je beloofd hebt, moet je doen ook,' zei hij streng.
'Laat de kikker onmiddellijk binnen.'
Toen moest de prinses wel opendoen. De kikker wipte over de drempel en volgde haar tot aan haar stoel.
'Til me eens op!' zei hij.
De prinses plukte wat aan haar servetje en keek haar vader smekend aan. De koning trok zijn linkerwenkbrauw op en zweeg. Daar viel niet mee te praten, dat was duidelijk.
Huiverend tilde de prinses de kikker op en zette hem op tafel. 'En nu een lekker hapje,' zei de kikker tevreden. 'Samen uit jouw bordje. Beloofd is beloofd.' En hij liet zich de tomatensoep, de patat met appelmoes en de chocoladepudding goed smaken, terwijl de prinses geen hap door haar keel kon krijgen. En patat met appelmoes was nog wel haar lievelingsgrecht.

'Hehe,' zei de kikker ten slotte. 'Mag ik je servetje even? Zo. En nu naar bed, want ik heb er slaap van gekregen. Breng me naar je kamertje.'
Toen kon de prinses haar tranen niet meer bedwingen. Het was al afschuwelijk genoeg geweest, een kikker uit haar gouden bordje te laten eten. Dat hij nu ook nog in haar bedje wilde, tusen de zijden lakens met de mooie geborduurde kroontjes, dat was toch echt teveel.
Maar de koning was onverbiddelijk. Hij sloeg met zijn vuist op tafel, zodat de zilveren bordjes rinkelden en sprak: 'Hij heeft je geholpen, toen je hem nodig had. En nu wijs je hem af. Foei!' En de koningin was het helemaal met haar man eens.
De prinses droogde haar tranen, pakte de kikkr tussen duim en wijsvinger en bracht hem naar haar kamer. Daar liet ze hem in een hoekje vallen, hopend dat hij met dat slaapplaatsje tevreden zou zijn. Maar ze lag nog niet in bed, of ze voelde tot haar ontzetting dat de kikker -tjoeps!- op haar kussen wipte.
'Ik ben moe. Ik mag in je bedje slapen, dat heb je beloofd.' De prinses trok de dekens over haar hoofd.
'Ik zeg het tegen je vader, hoor!' kwaakte de kikker vlak bij haar oor.
Toen werd het prinsesje toch zo verschrikkelijk boos. Ze vergat haar angst, sloeg de dekens terug en greep de kikker bij een glibberige achterpoot.
'Nou heb ik er genoeg van, lelijke klikspaan die je bent!' riep ze. ' In een hoekje kun je slapen! En als het je niet bevalt, ga dan vooral vlug weg!' En ze gooide de kikker zo ver mogelijk van zich af.
Maar op dat moment gebeurde er iets wonderbaarlijks. In plaats van een griezelige groene kikker zat er een knappe jonge prins op het tapijt.
'Wees maar niet bang, prinsesje!' zei de prins, terwijl hij opstond en het stof van zijn mantel klopte.
Hij ging voorzichtig op de rand vsan haar bed zitten en vertelde dat hij door een valse heks in een kikker was veranderd en dat niemand anders dan zij, het prinsesje, de betovering had kunnen verbreken.
'En zou je nu een klein beetje van me kunnen houden?' besloot hij lachend. 'Beloofd is beloofd!'
De prinses kon van alle opwinding geen woord uitbrengen, maar ze knikte en haar ogen schitterden. Het was ook wel een heel knappe prins.
'Slaap maar lekker,' zei de prins, voordat hij de deur zachtjes achter zich sloot. Want hij was niet alleen knap, hij wist ook hoe het hoorde.

En de volgende dag vroeg hij de koning om de hand van zijn dochter. De koning gaf graag zijn toestemming.
'Een keurige jongen,' zei hij tegen iedereen die het maar horen wilde. 'Hij was vroeger een kikker, maar dat valt hem niet aan te rekenen. Hekserij, weet u.'
En zo vertrok het jonge paar in een koets met twaalf paarden naar het koninkrijk van de prins, nagewuifd door de koning en koningin, een lang en gelukkig leven tegemoet.

En de gouden bal?
Die nam de prinses natuurlijk mee. Hij kreeg een ereplaats in het paleis en werd iedere dag gepoetst tot de vonken er vanaf vlogen!


Back to the froggies Main-Page
1