Vulkaanuitbarsting onder gletsjerijs kan enorme schade veroorzaken
IJsland wacht met smart en beven op de zondvloed
(8 oktober 1996) Met angst en beven wacht IJsland op de zondvloed. Als gevolg
van een vulkaanuitbarsting baant smeltwater zich een weg door het ijs van de
Vatnajökull, de grootste gletsjer van Europa die tien procent van het IJslandse
grondgebied beslaat. Wanneer de rand van de gletsjer wordt bereikt zal een bruisende
vloedgolf de kustvlakte Skeidararsandur in het zuiden overspoelen en daarmee wordt
vervolgens elk obstakel in de zee gespoeld: de rondweg rond het eiland zal worden
onderbroken en telefoonkabels en elektrische leidingen zullen knappen als
luciferhoutjes. Bij voorbaat wordt de schade al geschat op 20 miljoen dollar (f.36
miljoen). Dat geld moet worden opgebracht door 250.000 mensen, want meer wonen er
niet op het eiland.
Met man en macht proberen de IJslanders de schade dan ook zo veel mogelijk te
beperken. 'Koste wat kost', zo kondigde de regering af. De werkzaamheden vonden tot
nu toe plaats tijdens gruwelijke sneeuwstormen. Het weer op IJsland was de afgelopen
dagen zo bar en boos dat automobilisten het dringende advies kregen niet de weg op te
gaan. Er worden dammen aangelegd om het water te geleiden en elders worden ze juist
weggegraven om de weerstand zo veel mogelijk te beperken. Voor de rest is het
afwachten. Deskundigen voorspellen dat binnen 48 uur het water zijn uitweg zal vinden.
Vulkanisch
De Vatnajökull is de grootste gletsjer van Europa. De ijsmassa beslaat een oppervlak
van 8300 vierkante kilometer; bijna net zo groot als Gelderland en Overijssel samen.
Het is een zeer vulkanisch gebied. Dwars over IJsland, van noordoost tot zuidwest,
loopt een 150 km lange barst in de aardkorst. Al vele eeuwen lang braken vulkanen er
met grote regelmaat gloeiend magma en as uit.
Onder het ijs van de Vatnajökull bevinden zich maar liefst drie vulkanen. Misschien
intussen wel vier, want de eruptie doet zich voor tussen de Bardarbunga en de
Grimsvötn. De Bardarbunga, in het noorden, kwam voor het laatst in 1910 tot
uitbarsting; de vierde maal sinds de ontdekking van IJsland. De Grimsvötn is zeer actief,
maar zelden spectaculair. Eén van de beruchtste erupties vond plaats in 1783, toen de
Laki in het zuiden 14 tot 16 kubieke kilometer lava over het eiland uitbraakte en diverse
andere vulkanen in beweging bracht. Van de 50.000 inwoners die IJsland toen telde
werden er 10.000 gedood door de giftige gassen die zich verspreidden.
In rust vormt de krater van de Grimsvötn een meer dat overdekt wordt door een rond
450 meter dikke ijslaag. Eens in de vijf à tien jaar vertoont de Grimsvötn vulkanische
activiteit, al leidt dat lang niet altijd tot merkbare erupties. Wel wordt het ijs onderin de
ijskap dan zodanig opgewarmd dat het smelt. Het meer loopt vol en stroomt over. Dan
ontstaat een 'jökulhlaup': een rivier van smeltwater baant zich als het ware een weg
door het ijs en bereikt de gletsjerrand in het zuiden. Als het ware bevrijd stort het
smeltwater zich dan vanuit die nauwe tunnel via de kustvlakte in de Atlantische
Oceaan. Tweemaal eerder deze eeuw, in 1938 en 1954, was het verschijnsel uitermate
spectaculair. Vorig jaar gebeurde het voor het laatst, maar toen was het een
gebeurtenis die nauwelijks aandacht trok.
Magma vloeit uit scheur in boden
Ditmaal is sprake van hevige vulkanische activiteit. Tussen de Badarbunga en
Grimsvotn is een scheur in de bodem ontstaan van tien kilometer lengte, waaruit kokend
heet magma stroomt. Het ijs smelt er in een razendsnel tempo. Vili Knudsen, een
IJslandse filmer die de vulkanische activiteit op het eiland nauwgezet volgt, ontdekte
vorige week dinsdag vanuit de lucht twee kloven in het ijs van twee kilometer lengte en
100 meter diep. Afgelopen zaterdag werd de ijskap boven het Grimsvotnmeer volgens
waarnemers al twintig meter hoger opgetild dan in 1938. In dat jaar werd de kustvlakte
over een breedte van zes kilometer overspoeld door de 'ontsnapping' van vier kubieke
kilometer (!) smeltwater met een stroomsnelheid van 40.000 kubieke meter per
seconde. Ter vergelijking: bij Lobith stroomt per seconde gemiddeld 2200 kubieke meter
Rijnwater ons land binnen.
Het verschijnsel duurt doorgaans niet langer dan een dag. Als gevolg van het vacuüm
onder de ijskap stort de gletsjer in en daarna vloeit nog slechts de gebruikelijke
hoeveelheid smeltwater weg. Mogelijk is die hoeveelheid straks, als gevolg van de
voortgaande eruptie, aanzienlijk groter, maar een tweede 'zondvloed' is niet te
verwachten.
Als gevolg van de voortdurende watervloeden was de kustvlakte ten zuiden van de
mega-gletsjer tot voor kort vrijwel ontoegankelijk. Een kwart eeuw geleden was een
rondrit over IJsland onmogelijk, want in het zuiden werd de weg onderbroken. Er was
een karrespoor, dat slechts bereden kon worden met speciale voertuigen die dwars door
het water van talloze rivieren moesten rijden.
In 1974 kwam aan dat isolement een einde. Een lange dam met vele bruggen kwam
gereed. Hij had 22 miljoen dollar gekost, bijna 200 gulden per eilandbewoner. De
herstelwerkzaamheden na de onvermijdelijke zondvloed die nu voor de deur staat
worden naar men vreest minstens net zo duur.
Water onder gletsjer al 60 meter boven 'kritische grens'
Zuid-IJsland wacht op geur van zwavel
Door ANDRÉ HORLINGS
(29 oktober 1996) De IJslandse vulkanologen en gletsjeronderzoekers durven
het bijna niet meer te zeggen, maar nog steeds dreigt volgens hen in het zuiden van het
land het gevaar van een enorme overstroming. Krachtiger zelfs dan ooit, want de
waterstand in het Grimsvötn-reservoir, dat zich onder het ijs van de gletsjer Vatnajökull
bevindt, is tot ver boven de recordhoogte gestegen. Zondag werd een stand gemeten
van 1510 meter boven de zeespiegel, terwijl 'normaal' 1450 meter voldoende is om een
'jökulhlaup' te laten ontstaan: een barst in de gletsjer waardoor smeltwater zich
vanonder de ijskap met veel geweld een weg baant over de zwarte vlakte tussen ijs en
zee.
Sinds een aardbeving onder de gletsjer op 29 september een vulkaanuitbarsting
aankondigde, houdt de natuur in IJsland zich niet aan haar eigen wetten. Althans, aan
de voorspellingen die wetenschappers op grond van hun ervaringen in het verleden
meenden te kunnen maken. Als gevolg van de enorme hitte van as, lava en stoom
begon het ijs onder de Vatnajökull razendsnel te smelten. Het meertje in de
vulkaankrater Grimsvötn, vierhonderd meter onder het ijs, vulde zich met water.
Wanneer het waterpeil de 1450 meter boven de zeespiegel bereikte, zo werd verwacht,
zou de jökulhlaup beginnen.
Smeltwater
Gemiddeld eens in de vijf à tien jaar ontwikkelt zich onder de gletsjer ter hoogte van
Grimsvötn enige vorm van vulkanische activiteit. Vervolgens boort smeltwater zich zo'n
50 kilometer dwars door het ijs naar de gletsjerrand, om daar met veel geweld naar de
zee te ontsnappen. Voor het laatst was dat vorig jaar het geval. De Grimsvötn stroomde
leeg.
Toen de eruptie begon, stond het water in het meer onder het ijs nog laag: ca. 1400
meter boven de zeespiegel. Op 4 oktober, nauwelijks een week later, werd het
'kritische' peil van 1450 meter bereikt. Honderden belangstellenden uit de hele wereld
spoedden zich naar het eiland in het noorden van de Atlantische Oceaan om getuige te
zijn van de allesvernietigende watervloed; vooral journalisten, maar ook een groep
Nederlanders die zich op de 'eruptielijst' van het reisbureau Askja (ook een IJslandse
vulkaan) had laten zetten om ooit getuige te kunnen zijn van een vulkaanuitbarsting.
Maar er gebeurde niets. De wereldpers is reeds lang naar behaaglijker oorden vertrokken.
Nieuwe vulkaan
Enkele tientallen
wetenschappers houden stug vol. IJsland dankt zijn ontstaan aan vulkaanvorming onder
het ijs, maar er was nooit een kans om dat proces te bestuderen.
De vulkaan, tussen de oude kraters van de Grimsvötn en de Bardarbunga, kwam twee
weken geleden tot rust. De filmer Villi Knudsen, die al vanaf het eerste begin paraat is
om zich niets van het te verwachten natuurgeweld te laten ontgaan, vloog vrijdag over
de 'canyon' die in de ijskap van de Vatnajökull is ontstaan en zag een eiland liggen,
temidden van een door ijsravijnen omringd meer van smeltwater: de spiksplinternieuwe
vulkaan, ontstaan uit tonnen lava, as en puimsteen. Grote stoomwolken maakten
duidelijk dat de bodem er nog gloeiend heet is. Maar binnen afzienbare tijd zullen
sneeuw en ijs het gat weer vullen en wordt de krater voor eeuwig overdekt met ijs.
Intussen blijft het water in het Grimsvötn-reservoir stijgen. Op 13 oktober passeerde de
waterspiegel de 1500 meter; afgelopen zondag 27 oktober stond het nog tien meter
hoger. Dat is 60 meter meer dan wat aanvankelijk als kritische grens werd beschouwd.
De wetenschappers hebben die nu op 1515 meter gelegd. Nog luttele meters te gaan
dus. Intussen tilt de enorme watermassa de zware ijskap steeds verder omhoog;
tientallen centimeters per dag. De spanning eronder loopt meer en meer op. De kracht
waarmee het natuurgeweld binnenkort tot ontlading zal komen, wordt steeds groter.
Tenzij de natuur nog een andere oplossing weet.
Villi Knudsen staat paraat. Tien jaar geleden filmde hij de intussen overleden boer
Ragnar van Skaftafell, een bekende IJslander met een nog bekendere neus. Hij wist
gletsjerbreuken feilloos te voorspellen, aan de scherpe geur van zwavel die kort voor de
vloed van smeltwater vanonder het ijs pleegt te ontsnappen. Zijn dochter Anna meende
afgelopen vrijdag dat het zo ver was, maar er gebeurde niets. Veiga, boerin op de
boerderij Bölti, aan de voet van de gletsjer, had echter nog niets geroken, terwijl ze
sinds 1953 al tienmaal een jökulhlaup had meegemaakt. ,,Maar'', zei ze, ,,ik heb het
gevoel dat het elk moment kan gebeuren.''
Canyon in noorden IJsland ook ontstaan door vloedgolf
Door ANDRÉ HORLINGS
(6 november 1996) Met een vernietigende kracht heeft een vloedgolf van smeltwater deze week
de zuidelijke rondweg rond IJsland ernstige schade toegebracht. Totdat de 25 km lange
uit dammen en bruggen bestaande weg over de kustvlakte Skeidararsandur is hersteld
zal het verkeer tussen West- en Oost-IJsland een enorme omweg via het noorden
moeten maken.
Toch vallen de gevolgen in het niet vergeleken bij een soortgelijke overstroming die zich
vele duizenden jaren geleden moet hebben voorgedaan en waarvan de sporen nog
duidelijk in het IJslandse landschap te vinden zijn. Kort voordat de gletsjerrivier Jökulsá
á Fjöllum (vertaald: gletsjerrivier van de bergen) in het noorden uitmondt in de
Atlantische Oceaan stroomt het water door de hoefijzervormige canyon Asbyrgi: 3,5
km lang, tot een kilometer breed en 100 meter diep.
Er zijn twee theorieën over het ontstaan van deze kloof in het landschap. De oude
Vikingen geloofden dat Wodans gevleugelde paard Saettur per ongeluk de aarde raakte
en er de afdruk van een hoef achterliet. Wetenschappers houden het op de even
spectaculaire theorie dat de canyon in nauwelijks vier dagen ontstond als gevolg van
een 'jökulhlaup'; hetzelfde verschijnsel dat nu in Zuid-IJsland huis heeft gehouden.
Grimsvötn
In beide gevallen was het vrijkomen van smeltwater vanuit het 35 vierkante kilometer
grote kratermeer Grimsvötn de boosdoener. Normaal wordt het meer bedekt door
honderden meters dik ijs van de gletsjer Vatnajökull. Gemiddeld eens per vijf à tien jaar
smelt de onderlaag van het ijs als gevolg van vulkanische activiteit. Het smeltwater
graaft zich vervolgens door het ijs een weg naar de rand van de gletsjer, om daar met
veel geweld te ontsnappen. De vloedgolf die deze week ontstond werd overigens
veroorzaakt door de vulkaanuitbarsting van begin oktober. Het ijs smolt als gevolg van
de enorme hitte.
Behalve over de kustvlakte Skeidararsandur ontsnapt smeltwater eveneens via rivieren
naar de noordelijke kust. Eén daarvan is de Jökulsá á Fjöllum, met 206 km de op één na
langste IJslandse rivier. Onderweg passeert het water de Dettifors, de grootste
waterval van het eiland. Aan het einde ligt de canyon Asbyrgi.
Volgens wetenschappers is ergens in de oudheid in één keer een onvoorstelbare
vloedgolf vanaf de gletsjer dwars door het binnenland naar het noorden gespoeld. Het
water stortte zich aan het einde van de stroom met veel geweld in zee en spoelde
daarbij dermate grote hoeveelheden sediment mee, dat in luttele dagen een enorme
canyon werd uitgegraven.
Dat is overigens niet zo onwaarschijnlijk als het lijkt. De IJslandse bodem varieert van
keiharde lava tot honderden meters dikke losse gruislagen; allemaal neergelegd als
gevolg van de honderden vulkaanuitbarstingen die samen zorgden voor het ontstaan van
het geologisch relatief 'nieuwe' eiland in het noorden van de Atlantische Oceaan.