Tijdens het gesprek ontstaat enige spraakverwarring. We hebben
het over de filosofie van dierentuinen. Ik gebruik 'Ark van Noach' als term om er een
zo breed mogelijke verzameling van verschillende diersoorten mee aan te duiden. Maar
in zijn antwoord legt dierentuinbioloog Joep Wensing de ark
uit als het hulpmiddel tot redding van bedreigde dieren. Het zijn twee totaal
verschillende aspecten, gebaseerd op hetzelfde begrip, waarin twee eeuwen
dierentuinontwikkeling worden samengevat.
Internationaal fokprogramma redding van met uitsterving bedreigde soorten
Ark van Noach in de herkansing
Door ANDRÉ HORLINGS
(17 april 1995) ,,Vroeger probeerde men in dierentuinen een zo gevarieerd mogelijke
'postzegelverzameling' van diersoorten te geven. Intussen erkennen de dierentuinen hun
verantwoordelijkheid voor de bescherming van de dieren in het wild en stellen ze hun
kennis en technische mogelijkheden in dienst van het behoud van bedreigde diersoorten.
Niet alleen omdat het publiek er zo graag naar wil kijken, maar ook om ze terug te
zetten in het wild. Er is een drastische omschakeling aan de gang en die leidt ertoe dat
soms ook pijnlijke keuzen zullen moeten worden gemaakt. Soms zullen we jonge,
gezonde dieren moeten laten inslapen.''
Dat zegt Joep Wensing, dierentuinbioloog bij Burgers Zoo in Arnhem in Arnhem, één van de tien grote parken in Nederland die gezamenlijk de
stichting Nationaal Onderzoek Dierentuinen (NOD) hebben opgericht. ,,Vorig jaar heeft
die stichting een voorstel gedaan om te komen tot collectieplannen voor elke
Nederlandse dierentuin afzonderlijk en tot een nationale begeleiding van al die projecten
samen. Dat plan geeft aan hoeveel nakomelingen van welke soort wenselijk zijn en,
rekening houdend met de specialisatie van de verschillende parken, waar en hoe dat
moet worden gerealiseerd. Het zal nog een hele tijd duren voordat de planning
daadwerkelijk functioneert, maar dan zal zij een gerichte bijdrage vormen voor het
behoud van bedreigde diersoorten, inclusief hun terugzetting in de natuur. Ook wordt
het fokken van dieren waaraan niet echt behoefte is erdoor tegengegaan.''
Aaibaar
Volgens Wensing is de tijd voorbij dat alles wat 'aaibaar' is tot het uiterste werd
gekoesterd. ,,We laten de natuur nu veel meer haar gang gaan. Als het dier niet echt
levensvatbaar is kunnen we het heel humaan laten inslapen. Bovendien wordt daardoor
de gemiddelde gezondheid van de soort verhoogd. Ook geboorteregeling is daarbij een
instrument. Maar soms is dat geen oplossing. Mantelbavianen bijvoorbeeld raak je aan
de straatstenen niet kwijt. Daar is geen vraag naar, in de hele wereld niet. Misschien
nog wel bij dierenhandelaren, maar dan raak je het zicht op hun welzijn kwijt. Je kunt de
bavianen steriliseren en dan komt er geen nageslacht. Maar dan verpieteren en
vergrijzen ze: een groot deel van hun gedrag is juist gericht op het opvoeden van jongen.
In zo'n geval zou de pijnlijke keuze kunnen worden gemaakt de jongen wèl te laten
komen maar na een jaar, wanneer de band met de moeder losser wordt, te laten
inslapen.''
Bij de coördinerende stichting NOD, gehuisvest bovenin het nijlpaardenhuis in Artis,
doen ze er niet ingewikkeld over. ,,Als het welzijn niet langer valt te garanderen en het
dier volstrekt onplaatsbaar is, dan is diervriendelijk inslapen een mogelijkheid'', geeft
directeur Koen Brouwer aan. ,,Het werd tot nu toe vrijwel alleen op medische indicatie
gedaan. Maar het zal in de nabije toekomst vaker gebeuren, als onderdeel van de
nationale en internationale collectieplanning. Daar is niets geheimzinnigs aan. Het is
beter dan de dieren uit te leveren aan onbetrouwbare handelaren of slechte
dierentuinen.''
,,Massaal zal het nooit gebeuren'', bezweert zijn collega, biologisch-veterinair
medewerker Frank Rietkerk. ,,Bovendien is er nu sprake van een overgangssituatie. Nu
zijn er van sommige soorten gewoon te veel. Straks zit de fok van alle mogelijke dieren
in de planning, in combinatie met factoren als het welzijn van de groep, de
leeftijdsopbouw enzovoort. Bovendien: euthanasie is slechts één van de mogelijkheden.
Sneeuwluipaarden bijvoorbeeld zijn in staat tweemaal per jaar jongen te werpen. De
bevruchting vindt plaats nadat het jong het nest heeft verlaten. Maar het blijkt mogelijk
het dier drie jaar onder de hoede van de ouders te houden, waarmee de
vermenigvuldiging met een factor zes kan worden verminderd.''
Veranderende ethiek
Het (inter)nationale fokprogramma is het resultaat van een ingrijpende verandering van
inzicht in het houden van dieren in gevangenschap. ,,Tot in de jaren '70 was er een
vrijwel onbeperkte handel in bedreigde en onbedreigde soorten'', schildert Brouwer de
situatie. ,,Een klein deel daarvan, circa tien procent, was bestemd voor dierentuinen. De
rest ging naar particulieren of laboratoria.''
,,Maar toen veranderde de ethiek. Er kwamen wetten ter bescherming van bedreigde
diersoorten. Het werd veel moeilijker of zelfs onmogelijk om ze uit het wild te halen. De
dierentuinen moesten het doen met wat voorradig was. Er kwam behoefte aan inzicht
waar bepaalde dieren te vinden waren. Tien jaar geleden besloten de Europese parken
nauwer samen te gaan werken. In 1988 werd voor de coördinatie het NOD in het leven
geroepen. Wij hebben gecomputeriseerde registratiesystemen opgezet waarin alle
gegevens van alle dierentuindieren worden verzameld. We werken samen met circa
200 dierentuinen en aquaria in heel Europa en onderhouden nauwe banden met vele
instellingen elders op de wereld.''
Het fokprogramma omvat op het ogenblik 110 verschillende soorten. Diverse ooit
bedreigde dieren werden alweer teruggezet in het wild. Hoewel de mate van succes in
veel gevallen pas na tientallen jaren kan worden vastgesteld, zijn er al enkele geslaagde
projecten. ,,Vaak is het een kwestie van geduld. Wanneer de eerste generatie van een
teruggezet dier zich weet te handhaven, zegt dat op zich nog niet zo veel. Pas na de
tweede generatie blijkt mislukking of succes. Wat dat betreft is de re-ïntroductie van
het gouden-leeuwaapje in Brazilië geslaagd, want die is intussen zonder problemen al
aan de derde generatie toe. Bij knaagdieren en antilopen gaat het over het algemeen vrij
snel. Ook hoefdieren en roofvogels passen zich meestal gemakkelijk aan. Maar bij
langlevende soorten duurt het inzicht veel langer. Bij de zeearend is het effect pas na
vijftig jaar duidelijk.''
Kwart seconde
De voorlopige resultaten bij de zeearend zien er trouwens veelbelovend uit. ,,Het dier
was vroeger wijdverbreid en kwam ook in Nederland voor. Maar het was nagenoeg
verdwenen in het wild en het dreigde ook in dierentuinen uit te sterven'', zegt Brouwer,
terwijl hij een dik boek vol statistieken openslaat. ,,Er doen 25 dierentuinen aan dit
programma mee. Ze hebben samen 42 mannen, 41 vrouwen en 16 onbekend -- de
dieren laten zich niet gemakkelijk sexen. Vijftig paren vormen een goed uitgangspunt
voor een succesvol programma. In Ierland, Oostenrijk en Israël is de zeearend intussen
alweer losgelaten en op termijn gebeurt dat misschien ook in ons eigen land. Maar het is
pas een succes wanneer het dier zich kan handhaven. Het is niet zomaar een bedreigde
soort geworden.''
Wat dat betreft baart het voortbestaan van de tijger hem grote zorgen. In India leven
nog 3000 à 4000 exemplaren; ruwweg 60 procent van de wereldpopulatie. In
Zuidoost-Azië en Rusland is de situatie nog alarmerender. ,,Met de Siberische tijger is
het afgelopen wanneer we niet ingrijpen'', zegt Brouwer. ,,Het is geen vijf minuten,
maar een kwart seconde voor twaalf; daarna is deze tijger alleen nog in de dierentuin te
vinden. Het fokken is niet echt een probleem, maar het terugplaatsen wel. Dat heeft
geen zin wanneer het dier meteen wordt doodgeschoten. En dat gebeurt in Siberië. Net
als in Afrika met de neushoorn, die door stropers bedreigd zal blijven zolang er
magische krachten aan de hoorn worden toegeschreven. Daarom wordt ook gewerkt
aan reservepopulaties, die pas zullen worden teruggezet wanneer het sein op veilig
staat.''
Modelvliegtuig
,,Waarschijnlijk hoeft het in de toekomst lang niet altijd zo ingewikkeld'', geeft Rietkerk
aan. ,,Er wordt onderzocht of het mogelijk is vers bloed in het wild te brengen door
tijgervrouwtjes te bevruchten met sperma uit de dierentuin of het inplanten van volledige
embryo's. Het jong krijgt dan de beste opvoeding die denkbaar is: moeder weet alles
van de natuur.''
Voordat er sprake was van coördinatie zijn er ook wel incidenteel diersoorten voor
uitsterven behoed. ,,Dat was in de jaren '60 het geval met de Arabische oryx, een
antilopesoort. Aan de grens tussen Saoedi-Arabië en Oman werden er toen nog maar
zeventien geteld. Ze werden gevangen en het fokprogramma had succes. Intussen zijn
er meer dan duizend, waarvan 300 in dat gebied.''
Sommige soorten zijn echter al zo gedegenereerd dat ze opnieuw 'geprogrammeerd'
zouden moeten worden om levensvatbaarheid te garanderen. ,,De Waldrapp-ibis leefde
vroeger vooral in West-Europa. Het was een trekvogel, die in de winter de Afrikaanse
warmte opzocht. Er leven nog 300 in het wild, in Marokko, maar die zijn het trekken
afgeleerd. Ze kunnen zomaar worden weggevaagd; een epidemie of een orkaan is
voldoende. Intussen leven er 800 in dierentuinen, gefokt met 'Marokkaanse'
exemplaren. Maar die kun je niet zomaar in de Alpen loslaten. Ze blijven daar 's winters
rustig zitten en vriezen dan dood. Als we erover zitten te piekeren doemen soms
science-fiction-achtige oplossingen op; zoals een modelvliegtuig dat ze als hun leider
moeten gaan beschouwen en dat we dan naar Afrika laten vliegen.''