Duizend jaar geleden was IJsland een heidense natie. De Vikingen aanbaden de
almachtige Odin, de dondergod Thor en nog een hele reeks andere Germaanse goden
en godinnen. In Europa was het christendom in opmars. De reeds bekeerde Noorse
koning Olaf zag het als zijn opdracht zijn onderdanen van het nieuwe geloof te
overtuigen; als het niet goedschiks ging dan kwaadschiks. De IJslanders kregen het
steeds drukker met het verwijderen van missionarissen die hen wilden kerstenen. Het
leidde op het eiland tot een enorme onrust en een toenemende strijd tussen bekeerde
christenen en vasthoudende heidenen. De eenheid van het land was in gevaar. Maar op
de grote volksvergadering van het jaar 1000 kwam het tot een verbazingwekkend
compromis. De IJslanders werden er christenen, van de ene dag op de andere, maar ze
hoefden hun rituelen niet af te zweren. Aldus de sage, waar echter volgens prof.
Sigurdur Lindal van de Universiteit van Reykjavik niet al te veel waarde aan moet
worden gehecht.
IJslandse heidenen in het jaar 1000 overstag uit vrees voor anarchie
In één dag bekeerd tot Christen
Door ANDRÉ HORLINGS
(13 december 1995) De eerste bewoners van IJsland waren christenen: Ierse monniken die bij de
nadering van Vikingschepen het binnenland invluchtten. Waarom ze kwamen en waar
ze bleven is onduidelijk; een eilandje Papey aan de oostkust herinnert nog aan hun
aanwezigheid. Rond 860 ontdekte een uit de koers geslagen Noorman bij toeval het
vrijwel onbewoonde eiland in het noorden van de Atlantische Oceaan. Het werd een
toevluchtsoord voor avonturiers, op zoek naar nieuwe horizonten; moordenaars, op de
vlucht voor bloedwraak; boeren zonder land; zelfs vorsten die van de troon gestoten
waren, toen de Noorse koning Harald Schoonhaar de Scandinavische volkeren
verenigde in één rijk.
Om de anarchie te beteugelen besloten de IJslanders in 930 tot het houden van een
jaarlijkse wetgevende volksvergadering, de Althing (alle dingen); het land werd
daarmee de oudste democratie ter wereld. Ze kozen daarvoor een vlakte in het
zuidwesten, Thingvellir (Ding-vallei), precies op de geologische breuklijn tussen Europa
en Amerika -- de evenwijdige scheuren in het landschap maken onmiskenbaar duidelijk
dat beide continenten zich hier steeds verder van elkaar verwijderen. De rotswanden
bieden er een uitstekende akoestiek, ideaal voor het houden van toespraken. Daar
werden nieuwe wetten afgekondigd, misdadigers geëxecuteerd en overspelige vrouwen
in de rivier verdronken. De bijeenkomst in het jaar 1000 werd een van de belangrijkste
in de geschiedenis: de heidense Vikingen bekeerden zich massaal tot het christendom.
Er is weinig bekend over hun oude geloof. Heidense bronnen ontbreken. De
overleveringen vertonen duidelijke overeenkomsten met het beeld dat de Romeinse
geschiedschrijver Tacitus rond het jaar 100 schetste van de zeden en gewoonten van de
volkeren in Germania. Maar de Vikingen leefden in Scandinavië, dat nooit door de
Romeinen werd bezet. En sindsdien waren er 900 jaar verstreken. De IJslandse saga's
verschenen nog eens twee eeuwen later.
Zendelingen uit Scandinavië
Christelijke invloeden waren vanaf het begin op IJsland aanwezig. Een deel van de
immigranten kwam uit Ierland, Engeland of Schotland, waar al sinds de vierde eeuw
zendelingen werkten; sommigen waren zelfs gedoopt. De meesten kwamen echter uit
Scandinavië en aanbaden de oppergod Odin (Wodan), zijn gemalin Frigg (Frija), de god
van donder en bliksem Thor (Donar) en nog een hele reeks andere goden en godinnen.
Dat gebeurde in speciale tempels, waarbij dieren werden geofferd; vooral paarden, die
ook ritueel gegeten werden.
Volgens de overleveringen kreeg de heidense godsdienst via de Althing een geweldige
impuls. De hoofdmannen, die de wetten bepaalden, ontleenden er hun machtspositie
aan. IJsland werd vrijwel een heidense natie.
Elders in Europa won echter het
christendom steeds meer veld. Steeds vaker landden zendelingen op de kusten.
Friedrich, een bisschop uit Saksen, en zijn IJslandse assistent Thorvald de Verre
Reiziger, wisten tussen 981 tot 986 een aantal heidenen te bekeren, maar toen Thorvald
een landgenoot doodde in een gevecht, werden ze van het eiland verwijderd. Korte tijd
later kreeg Noorwegen zijn eerste christelijke koning, Olaf Tryggvason, die het als zijn
roeping zag al zijn onderdanen te bekeren. Hij stuurde fanatieke missionarissen naar
nederzettingen van de Vikingen op de Orkney- en de Shetland-eilanden, de Faröer,
Groenland en IJsland. Zijn eerste zendeling op IJsland, Stefnir Thorgilsson, begon
meteen de tempels te vernielen en werd prompt op de boot gezet. Hetzelfde lot trof zijn
opvolger, de Vlaming Thangbrandur, die enkele hoofdmannen wist te overtuigen, maar
al te vasthoudende heidenen naar de andere wereld hielp.
Terug in Noorwegen sprak Thorgilsson er twijfel over uit of dit door en door slechte
volk überhaupt wel gekerstend kon worden. Koning Olaf besloot toen alle heidense
IJslanders in zijn rijk te doden. Dat werd op het nippertje verijdeld. Twee christelijke
hoofdmannen uit IJsland, Gissur en Hjalti, wisten hem ervan te overtuigen dat hun
landgenoten op het punt stonden zich te bekeren.
Maar daar was (nog) geen sprake van. Wel was onder de IJslanders intussen grote
verdeeldheid ontstaan. Fanatieke heidenen, die koste wat kost vast wilden houden aan
het oude geloof, stonden fel tegenover even bezeten bekeerlingen, die de Blijde
Boodschap er wel in wilden rammen. Het overgrote deel van de bevolking vreesde
echter voor de eenheid en de vrede in het land en vooral voor een verbod op het eten
van paardevlees en het buiten de hutten leggen van kinderen met een zorgelijke
gezondheid, zodat ze een milde dood zouden sterven. Besloten werd de kwestie aan de
orde te stellen op de Althing van het jaar 1000.
Even werd eraan gedacht niet één, maar twee 'wetsprekers' aan te stellen; een christen
en een heiden. Het werd er één, Thorgeir van Ljosavatn, het 'heldere meer', uit het
noorden van het land. Een gematigde heiden, maar hij werd de allerwijste geacht van
alle stamhoofden.
Hij trok zich terug in zijn tent, piekerde een dag en een nacht en riep daarna de
aanwezigen op zich bij de wetsteen te verzamelen. Daar hield hij de volgens historici
'allerbelangrijkste toespraak die ooit op IJsland is gehouden'.
Hij noemde het
onaanvaardbaar dat de eenheid in het land zou worden verbroken, wat onvermijdelijk
zou gaan gebeuren wanneer onenigheid over de kwestie zou blijven bestaan. Het
handhaven van één wet was dan ook noodzakelijk. Maar gezien de extreme
standpunten moesten daar wel compromissen voor worden gesloten. En daarom diende
iedereen zich tot christen laten dopen. Het aanbidden van de oude goden, het eten van
paardevlees en het buiten de hutten leggen van kinderen bleef echter toegestaan, mits
dat niet in het openbaar gebeurde. Maar voor een aanklacht zouden ten minste twee
getuigen nodig zijn; aan geruchten zou geen waarde worden gehecht.
Thorgeir wist de aanwezigen te overtuigen. Wie als heiden was gekomen ging als
christen weer naar huis. De moedigsten lieten zich dopen in het ijskoude water van
Thingvellir; de anderen wachtten tot ze onderweg een hete bron met aangenamer water
passeerden. De wetspreker zelf wierp zijn afgodsbeelden in een van de mooiste
watervallen in het noorden, die sindsdien de Godafoss wordt genoemd.
IJslandse saga's
Professor Sigurdur Lindal (64) van de Universiteit van Reykjavik vindt het een mooi
verhaal. Maar hij gelooft er niet zo veel van. ,,De geschiedenis van IJsland is uitvoerig
beschreven. Er zijn vele saga's over de eerste moeilijke jaren van het bestaan op het
eiland, de vrijheidsidealen, de kracht, de moed en de eer die zo belangrijk zijn geweest
voor de ontwikkeling van het nieuwe vaderland. Bijvoorbeeld het 'Landnamabok', met
de namen van vierhonderd pioniers en vierduizend mensen die hen vergezelden. De
beroemdste IJslandse auteur, Snorri Sturluson (1179-1241), schreef onder meer de
'Heimskringla', over het leven van de Noordse koningen, en de 'Edda', waarin veel
aspecten van het heidense verleden zijn verwerkt. Maar ze verschenen eeuwen later en
ik acht de betrouwbaarheid niet al te groot. Maar'', zo benadrukt hij diverse malen, ,,niet
iedereen op dit eiland is dat met me eens.''
Feit is dat, mede aan de hand van de saga's, vrijwel iedere IJslander tot vele eeuwen
terug zijn stamboom na kan gaan; sommigen menen zelfs exact te weten waar welke
voorvader vandaan kwam, waar hij aan land ging en waar hij zich meer dan 1100 jaar
geleden vestigde. Lindal zelf is een afstammeling in de 15e generatie van Ogmundur
Pallson, de laatste katholieke bisschop van het bisdom Skalholt, die in 1542 werd
opgevolgd door een Lutheraan.
,,De meeste saga's zijn gebaseerd op het 'Islendingabok' van Ari Thorgilsson
(1067-1148), het Boek van de IJslanders, die zeer beknopt, in veertien of vijftien
pagina's, de belangrijkste feiten over de IJslanders weergaf, zoals de vestiging, het
instellen van de Althing, de ontdekking van Groenland en de introductie van het
christendom. Volgens mij werd het Landnamabok geschreven om het eigendomsrecht
op IJsland vast te leggen. De Heimskringla is een pleidooi voor loyaliteit met de
Scandinavische vorsten, zonder dat de IJslandse zelfstandigheid mocht worden
aangetast. Snorri heeft dat trouwens niet overleefd; hij werd vermoord in opdracht van
de Noorse koning.''
Een angstaanjagend landschap
Het ontbreekt op IJsland, aldus Lindal, vrijwel aan heidense overblijfselen. ,,Er is
nauwelijks archeologisch materiaal gevonden. Het beperkt zich vrijwel tot een beeldje
van Thor, de god van de bliksem en de donder, en een bel die bij de heidense eredienst
zou kunnen zijn gebruikt. Wel biedt het IJslandse landschap, gekenmerkt door vuur en
ijs, grillige lavaformaties, hete bronnen en andere geologische verschijnselen die voor de
mensen uit die dagen angstaanjagend moeten zijn geweest, tal van aanknopingspunten
voor mystiek.
In alle beschrijvingen neemt de natuur een belangrijke rol in. Een berg bij
Stykkisholmer in West-IJsland bijvoorbeeld, de Helgafell, zou zó heilig zijn geweest, dat
niemand hem mocht aanschouwen; eerst moest men zich grondig reinigen.''
De verhalen zijn volgens hem sterk geromantiseerd. ,,De overwinning van het
christendom is des te glorieuzer, wanneer die gepaard gaat met heftig verzet. Ik denk
dat de missionarissen geen echte geestelijken waren, maar afgezanten van de koning,
die diens macht over het eiland moesten bevestigen.''
Volgens Lindal werd het christendom op IJsland echter wel voortdurend gekenmerkt
door het eeuwigdurende verlangen naar onafhankelijkheid, wat pas in 1944 werd
gerealiseerd, toen moederland Denemarken door de Duitse bezetting machteloos
geworden was. ,,De katholieken noch de latere lutheraanse gelovigen hebben zich de
wet op laten leggen door het buitenland. Ze gingen hun eigen gang, zo goed als dat
mogelijk was. Het katholieke geloof op het eiland had grieks-orthodoxe elementen. Een
deel van de Heimskringla speelt in Novgorod in Rusland. Er zaten IJslanders in het
leger van Constantinopel. Er waren pogingen om orthodoxe priesters naar IJsland te
halen, maar dat werd verboden door de katholieke bisschoppen. En hoewel de
IJslanders bijna net zo abrupt lutheraan werden als christen is de laatste katholieke
bisschop onze grootste vrijheidsheld.''
De bekering kwam per oorlogsschip
Ook de overgang naar het protestantisme werd 'bevorderd' door overzeese heersers. In
dit geval koning Christiaan III van Denemarken, die in 1536 de Lutherse kerk stichtte in
Denemarken, Noorwegen en op de Faröer-eilanden. Op IJsland waren in die tijd twee
bisdommen, Skalholt in het zuiden en Holar in het noorden. ,,Toen bisschop Palsson van
Skalholt in 1542 overleed, werd hij vervangen door een Lutheraan, Gissur Einarson, die
tactvol optrad en een al te grote Deense invloed wist te voorkomen. Tot zijn dood, zes
jaar later, onderhield hij een goede relatie met zijn katholieke collega Jon Arason, maar
wel won intussen het protestantisme aan invloed. Te sterk, meende Arason, die toen
een campagne begon tegen de nieuwe leer en tegen het Deense koningshuis. Hij
schreef de paus om hulp, maar die liet weten daartoe niet in staat te zijn. De Deense
reactie was keihard: in 1551 werden Jon en zijn twee zonen onthoofd. Als wraak
vermoordde een groep IJslanders iedere Deen die ze tegenkwamen. Het lijk van de
bisschop werd naar Holar vervoerd en plechtig begraven.
De bekering kwam per
oorlogsschip. De IJslanders werden lutheraan, maar de naam van Jon Arason leeft tot
vandaag toe voort als de grootste IJslandse martelaar die zijn leven gaf voor de
vrijheid.''
,,Jon Arason is de enige martelaar van de reformatie in de noordelijke landen'', weet
prof. Sigurdur Lindal. ,,Maar in de de Lutherse kerk hielden veel katholieke gebruiken
stand: de missen bleven in het Latijn en de Maria-verering bleef tot ver in de 19e eeuw
onaangetast.''
Opvallend in het tegenwoordige IJslandse landschap zijn de vele kerken in het
binnenland, ver van de bewoonde wereld. Ze werden vroeger gebouwd bij grote
boerderijen; predikanten te paard maakten een regelmatige ronde. Tegenwoordig komt
de dominee per auto en treft hij maar weinig kerkgangers aan, maar de gebouwen
worden zorgvuldig onderhouden. Bijna elke IJslander is nog steeds Lutheraan, maar de
vrijheid van godsdienst staat hoog in het vaandel. De 2500 IJslandse katholieken, één
procent van de bevolking, hebben ook weer een bisschop; sinds eind september Joannes
Gijsen uit Nederland. In een van de vele sekten worden Odin, Thor en Frya aanbeden,
maar Sigurdur Lindal neemt dat niet erg serieus. ,,Het zijn exentriekelingen, die zich
vooral baseren op de Edda. Maar dat is, zoals ik al vertelde, beslist geen betrouwbare
bron.''