Nijmeegse hoogleraar: 'Opmars Engels niet te stoppen'
'Nederlands wordt Euriopees dialect'
Door ANDRÉ HORLINGS
(9 december 1994) ,,Nederlanders zullen Nederlands blijven spreken zolang ze
denken dat zij en hun kinderen daardoor zelf een prettig leven kunnen leiden. Als ze dat
prettige leven beter kunnen bereiken door over te gaan op het Engels of Duits, dan
zullen ze dat doen, zonder rekening te houden met de door taalkundigen zo gewenste
variatie in talen''. Dat zei prof. dr. C.L.J. de Bot, hoogleraar toegepaste taalkunde,
vanmiddag in zijn inauguratierede aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij achtte
het waarschijnlijk dat het Engels de werktaal van Europa wordt en dat het Nederlands,
net als de meeste andere gebruikte talen, verwordt tot een Europees dialect.
'Waarom deze rede niet in het Engels is', was de prikkelende titel van zijn toespraak.
Het bleek een kwestie van beleefdheid. ,,Ik wil iets vertellen aan een groep
belangstellenden waarvan een deel het Engels niet beheerst, en ik wil ook door hen
begrepen worden''. Maar hij vroeg zich af of dat bij zijn afscheidsrede, ergens tussen
2016 en 2020, nog steeds zo zou zijn. ,,Is het dan nog passend bij dit soort gelegenheden
het Nederlands te gebruiken?''
De Bot herinnerde aan de commotie die ontstond toen voormalig minister Deetman van
onderwijs in 1989 suggereerde een groter deel van het wetenschappelijk onderwijs in
het Engels te geven. 'De Nederlandse bevolking krijgt zo geleidelijk een culturele
bovenlaag die zich niet meer primair van de landstaal bedient', was één van de reacties.
Wat betreft de dagelijkse omgang zou dat, verwachtte hij, wel meevallen. Maar in de
media, een deel van het onderwijs, handel, industrie en internationale betrekkingen is die
ontwikkeling al volop aan de gang. ,,In 40 tot 60 procent aan de tv-programma's op
Nederlandse zenders wordt Engels gesproken. In het aanbod van 53 Europese zenders
in 14 landen is 50 tot 60 procent van Amerikaanse afkomst. De aanwezigheid van het
Engels in de jongerentaal is evident. Engelstalige zenders als MTV genieten een grote
populariteit''.
Taal van tweede garnituur
Hij constateerde dat het Engels al zo'n belangrijke plaats heeft gekregen in het
wetenschappelijk onderwijs, dat in sommige vakgroepen Nederlandstalige publikaties
kwalitatief minder hoog worden aangeslagen. ,,Daar lijkt het of het Engels de taal is van
het toponderzoek en het Nederlands de taal van de onderzoeker van het tweede
garnituur''. Volgens hem was het echter ook een kwestie van rendement. ,,Om
internationaal aanzien te verwerven en daarmee de kans op nationaal onderzoek te
vergroten, is publiceren in Engelstalige tijdschriften zinniger dan publiceren in het
Nederlands''.
Volgens De Bot vrezen sommigen dat, wanneer hele vakken niet meer in het
Nederlands worden gegeven, de landstaal is begonnen aan een proces van ondermijning
dat op den duur zal leiden tot verdwijning van de taal en uiteindelijk zelf de Nederlandse
cultuur. ,,De discussie heeft de vraag actueel gemaakt in hoeverre de positie van het
Nederlands moet worden vastgelegd in de grondwet''.
Krampachtige pogingen
Hij haalde een aantal historische voorbeelden aan waaruit moest blijken dat
maatregelen ter ondersteuning van het Nederlands in de koloniën een nogal wisselend
succes hebben gehad. ,,In Nederlands-Indië was de politiek om het Nederlands met
name in de hogere sferen van het bestuur te gebruiken tamelijk succesvol, al werd de
positie snel ondermijnd door de Japanse bezetting en de daaropvolgende politieke
ontwikkelingen. Maar de strenge straffen die op Ceylon in het vooruitzicht werden
gesteld hielpen niet. De gouverneur kondigde daar in 1659 af dat 'alle die de Duytse (=
Nederlandse) tale niet spreecken konden, het haar van den hoofde kort te doen
afsnijden ende soodanigh sonder hoeden dragen laten totdat sie Duyts connen'. Toch is
het Nederlands in de loop van de 19e eeuw op Ceylon geheel verdwenen.
Stimulering van het gebruik van de inheemse taal heeft echter ook lang niet altijd effect
gehad. De Bot wees erop dat een actie in Ierland om het gebruik van het Iers te
versterken mislukte, net als een alfabetiseringscampagne van de Ethiopische overheid.
Andere talen bleven op hun beurt onaangetast, tegen de verdrukking in. ,,In Spanje is
het Catalaans meer dan 250 jaar, van 1716 tot na de dood van Franco in 1975,
onderdrukt geweest. Niettemin geeft 95 procent van de bevolking aan Catalaans te
spreken. In verschillende voormalige Sovjetrepublieken heeft de landstaal vele decennia
van 'russificatie' doorstaan''.
Het vastleggen van de positie van het Nederlands in de grondwet achtte De Bot niet
alleen ongewenst, maar ook nauwelijks uitvoerbaar, omdat het om een zeer complexe
materie gaat met immense juridische en linguïstische problemen.