Noord-West-Transvaal en Gauteng
Highveld (Pre-Karoo oppervlakte)
Landschap
Ter hoogte van Kimberley rijden we terug het Highveld in, nu het deel met pre-Karoo oppervlakte. Ook hier is het landschap vlak. De Karoolagen zijn hier van de Pre-Karoolagen geschraapt. (J. H. Wellington, 1955, p. 77)
Het Witwatersrandsysteem (een geologische formatie uit het Precambrium, niet te verwarren met de regio of het gebergte) komt in het noorden van het Highveld aan de oppervlakte als drie in het algemeen parallel lopende kwartsiet kammen in een west-oost richting (Witwatersrand) en in het zuiden als de halfcirkelvormige Vredefortberge. De lagen bestaan voornamelijk uit kwartsiet, kwartsiethoudende conglomeraat, filliet en leisteen met kwartsschisten en ijzersteen. De conglomeraten bevatten soms goud, en worden dan reefs genoemd. De rijkste is de Main-reef Group, vijf tot vijftig meter dik. De kiezelstenen in deze reefs bestaan voornamelijk uit kwarts met een beetje hoornsteen, leisteen en schisten. (J. H. Wellington, 1955, p. 14, 15 77) De Witwatersrandbergen kennen steile hellingen naar het noorden en meer vlakke hellingen naar het zuiden. De Witwatersrand vormt ook de scheidingslijn tussen het waterbekken van de Limpopo en dat van de Vaal-Oranjerivier. (M. M. Cole, 1961, p. 623 625) Vermoedelijk was de Witwatersrand ook al de scheidingslijn tussen deze stroombekkens toen het gebied nog bedekt was door Karoo-formaties. Het hoogste punt is de Witwatersrand Observatory Ridge, 1810 meter hoog. (J. H. Wellington, 1955, p. 77)
De harde Ventersdorplava komt ten zuiden van de Witwatersrand aan de oppervlakte. Het Bankeveld bestaat uit kwartsiet uit de Pretoriaserie waarbij de Timeball Hill ook nog een belangrijke hoeveelheid ijzer bevat. (J. H. Wellington, 1955, p. 77)
Ten westen van de Witwatersrand vinden we de extreem vlakke Lichtenburg vlakte (op dolomiet) en de Ventersdorpvlakte (op Ventersdorplava). De vlakten zijn gevormd door erosie door ijslagen in het Perm en Carboon. (J. H. Wellington, 1955, p. 77 78)
De belangrijkste rivier die we op dit traject doorkruisen is de Vaal. Deze rivier mondt uit in de Oranjerivier ten westen van Kimberley, maar is eigenlijk belangrijker dan de bovenloop van de Oranjerivier. De bron ligt op 1830 meter hoogte bij Sterkfontein Beacon, op Eccazandsteen. Reeds vlak na de bron voert de Vaal zeer veel sedimenten mee en meandert hij in een brede vallei. De gradiënt van de rivier schommelt sterk, afhankelijk van de ondergrond. (J. H. Wellington, 1955, p. 347, 348, 350)
Langs de Vaal liggen er veel terrassen, zowel oudere die 30 meter of hoger boven de rivier liggen, en ook jongere die 5 tot 15 meter boven de rivier liggen. Het is nog niet duidelijk hoe deze zijn ontstaan.(J. H. Wellington, 1955, p. 352 353)
Uit tabellen leren we dat de Vaal het meest water transporteert in januari en februari, en het minst van juni tot augustus. Algemeen vloeit er veel water van november tot maart en weinig van juni tot september. (tabellen) (J. H. Wellington, 1955, p. 367 tabel 20 p. 369 tabel 22)
Klimaat en weer.
Dit deel van de Unie van Zuid-Afrika kent zomerregens van oktober (november) tot maart (april). De gemiddelde jaarlijkse regenval is meer dan 38 cm. De vorstperiode loopt van mei tot september. In de winter valt er weinig regen, kan het zeer koud zijn en is er veel wind. (J. H. Wellington, 1955, p. 286)

Vegetatie.
Voorbij Kimberley verandert ook de natuurlijke vegetatie. Door het strenge winterklimaat op deze hoogten komen er weinig bomen voor, maar vinden we een uitgestrekt grasland. Alleen in de beschutting van steile hellingen of in valleien vinden we boomgroei.
Er kunnen drie types grasland onderscheiden worden:
Meer dan 60 % van het gras bestaat uit 'Red Grass' (Themeda triandra Forsk.), genoemd naar de kleur die het krijgt in de herfst. Dit gras is ideaal voor begrazing.
Het zure grasland bestaat uit kortere grassen met een voedzaam karakter in de zomer, maar niet voedzaam vanaf de herfst. Gedurende vijf maanden per jaar kan het begraasd worden. Het hoge grasland ligt tussen 1000 en 1300 meter, op vruchtbaardere kleigronden. Deze goede weidegronden bevatten veel ‘red grass’. Het zandige zure grasveld is zeer arm en niet geschikt voor begrazing. (J. H. Wellington, 1955, p.286 tot 289 en M. M. Cole, 1961, p.73)
In het gebied liggen nog twee andere vegetatietypes: de gematigde boszone en de 'Open Bush'. De gematigde boszone vinden we tussen 900 en 1200 meter, met 750 tot 1200 mm regenval per jaar en frequente mist. Deze vegetatie is echter zo goed als verdwenen door de landbouw en nu vinden we er grasland met vooral Wire grass (Aristida junciformis). De 'open bush' op onvruchtbare zandgronden bestaat uit grassen en acacia's. (J. H. Wellington, 1955, p. 289 en 290)

* Noord-West Transvaal
Even voorbij Kimberley kruisen we de Vaalrivier en komen we in de provincie Noord-West. We blijven in de vallei van de Vaal die tussen Kimberley en Johannesburg gedurende bijna 400 km de grens vormt tussen Noord-West en Vrystaat. (ANWB Wereldatlas, 1999 )
Bevolking.
Een groot deel van de provincie maakte voor 1994 deel uit van het ‘onafhankelijke’ thuisland Bophutatswana. Er wonen slechts 8 % blanken en meer dan 90 % zwarten, wat Noord-West tot meest ‘zwarte’ provincie van Zuid-Afrika maakt. De grootste steden bevinden zich in de vallei van de vallei van de Vaal, maar de hoofdstad Mmabatho / Mafikeng ( een soort tweelingstad met ca. 20.000 inw.) ligt aan de grens met Botswana. (The Statemen’s yearbook, ’98-’99, www.brittanica.com)
Landbouw en nijverheid.
Maïs en sorghum zijn de belangrijkste gewassen die verbouwd worden. Rundvee en schapen grazen in grote getale. De belangrijkste grondstoffen die gedolven worden zijn diamant, chroom, platina en uranium, vooral in het westen van de Witwatersrand en de goudvelden bij Klerksdorp. (www.brittanica.com)

Steden.

Gauteng
Is de kleinste provincie van Zuid-Afrika en bestaat o.a. uit de steden Pretoria, Johannesburg, Germiston en hun omringende voorsteden in het oostelijk deel van de Witwatersrand

Plantengroei.
Ten zuiden van Pretoria is er een golvend grasland en ten noorden ervan is er het ‘bushveld’ (figuur).
Bevolking.
Gauteng is de dichtbevolkste provincie van Zuid-Afrika. Ze telt zo’n 7 miljoen inwoners (= 365 inw./km²). De bevolking bestaat uit ongeveer 63 % zwarten en 31 % blanken. (The Satesman’s Yearbook, ’98-’99).

Landbouw en nijverheid.
Hoewel de provincie grotendeels uit stedelijk gebied bestaat, wordt er nog aan landbouw gedaan. Maïs en sorghum zijn de belangrijkste gewassen. Gauteng ( betekent lett. ‘plaats van goud’) bevat ook enorme concentraties goud, vooral in de Witwatersrand. Er bevinden zich ook enorme voorraden platina, chroom en uranium in het Bushveld Bassin ten noorden van Pretoria. De gevarieerde verzameling van mijnbouw (figuur), industrie, commerciële en financiële activiteiten – voortgekomen uit de enorme rijkdom aan grondstoffen – hebben Gauteng tot hét economische centrum van het land gemaakt.
Steden.

Noord-Transvaal
Zo’n 70 km ten noorden van Pretoria verlaten we de provincie Gauteng en rijden Noord-Transvaal binnen.

Landschap en gebergten.
Het traject dat we beschrijven wordt gedomineerd door het unieke Bushveld Bassin ( met een enorme rijkdom aan zeldzame mineralen), een vlakte op zo’n 800 tot 1200 m hoogte, dat doorbroken wordt door enkele kleinere bergketens, meestal enkele granietrotsen van oude kernen, zoals de Stydpoortberge en Waterberge, waarlangs we rijden. Onze trein rijdt wel dwars over de beboste Zoutpansberge (1829 m) - in het noorden van de provincie – via de Vancollerspas die in de Sand-vallei ligt, een rivier – ze heeft een doorbraakdal gevormd - die dwars door de Soutpansberge (figuur 1 2) stroomt.
Even voorbij Potgietersrus verlaten we de Nylrivier en het Bushveld bassin en doorkruisen we een plateau, dat langzaam afdaalt naar de Limpopolaagte, en enkel de eerder besproken Zoutpansberge geven het landschap nog wat meer reliëf. Even voorbij Messina (15 km) bereiken we dan de Limpopo rivier, die hier de grens vormt tussen Zuid-Afrika en Zimbabwe. ( www.brittanica.com , Encarta 98)

De belangrijkste rivieren die we passeren zijn :

Weer en klimaat
Het noordelijk deel van de provincie heeft een warm subtropisch klimaat met zo’n 300 tot 500 mm jaarlijkse regenval. De zuidelijke bergen en heuvels hebben een meer gematigd klimaat met zo’n 760 mm regenval per jaar. ( www.brittanica.com )

Plantengroei
De provincie bestaat grotendeel uit het Bushveld (Afrikaans : Bosveld) (figuur), de zo typerende savanne van het hele Afrikaanse continent, een droombiotoop voor grootwild. ( Bernard Henry, 1995 )
In het midden van vorige eeuw werd Noord-Transvaal door de blanken enkel gebruikt om te jagen en om hun kudden in de winter te laten grazen. In de zomer was het gras daar te grof voor ( Pollock Agnew, 1963, p. 129).
De baobab-boom wordt door sommige wetenschappers ‘het oudste organische monument van onze planeet genoemd. Hij groeit niet hoger dan 10 à 15 m, maar kan met zijn stam wel 28 m omtrek halen. Een baobab met een stambreedte van 5 m is meer dan 1000 jaar oud. Deze boom komt voor ten zuiden van de Zoutpansberge en ook in de straten, privé –en publieke tuinen in Messina, waar hij beschermd is.

Bevolking
De vnl. zwarte bevolking is samengesteld uit de Pedi, Tsonga, Venda en andere Bantoevolkeren. Enkele van die volkeren verkregen eind jaren zeventig als thuisland hun onafhankelijkheid (o.a. Venda), die enkel door Zuid-Afrika werd erkend. In feite kwam de thuislandenpolitiek erop neer dat de Afrikanen in reservaten werden bijeengedrongen. Zonder enige zwarte inspraak werd beslist dat er 8 nationale Afrikaanse etnische stammen zouden zijn. Buiten het territorium van zijn Bantoestan had de zwarte geen rechten. Het concrete resultaat was dat 75 % van de Zuid-Afrikanen – willens nillens – 13,7 % v/h vaderlandse grondgebied kreeg toegewezen. Alle belangrijke minerale en vruchtbare gebieden, industrieën, alle steden, luchthavens, hoofdwegen, spoorwegstations en strategische verbindingen naar de zeehavens liggen in het ‘blanke’ gebied.
Er is een blanke minderheid die vnl. Afrikaans spreekt. De enigste stad van betekenis is Pietersburg, die tevens de hoofdstad van de provincie is. Ze telt zo’n 40.000 inw. (www.brittanica.com, B. Henry, 1995)

Landbouw en nijverheid

Steden
- Nylstroom : ligt aan de Nylrivier, in het zuiden van de provincie ; 7.500 inw.
- Potgietersrus : ligt aan de Nylrivier en heeft bijna 10.000 inwoners.
- Pietersburg : ligt in het centrum van de provincie en is de hoofdstad ervan, 40.000 inw.
- Seshego : zwarte voorstad van Pietersburg, 32.000 inw.
- Louis Trichardt : aan de voet van de Soutpansberge ; 8.000 inw.
- Messina : 15 km van de grens, noordelijkste stad van het land, 5.900 inw.
TERUG NAAR OVERZICHT
1