Editoriaal

Na druk lanterfanten heeft de redactie besloten om een uitzondering te maken op haar officieuze deadline-beleid, en voor een keer eens een nummer op tijd te doen verschijnen. Ook ditmaal staat Spoorwegnummer 21 garant voor een brede waaier aan zinloze dingen.

Zo hebben we natuurlijk het ondertussen bijna traditioneel geworden fragment uit 'Oorlog en Heelal' van -ja, híj weer- onze goede vriend Vladimir. Na Majakofski's (sit tibi terra levis) unieke recept voor het maken van espresso, bindt Krasnayin de strijd aan tegen al wat amfibisch is in deze wereld. Wil hij mijn beschuldiging dat hij een brughagedis is (zie nr. 2000), misschien weerleggen?

Na deze woeste tirade tegen al wat kieuwen heeft, zet Krasnayin zijn veldtocht voort, en begint aan zijn 'belegering van een regenboog', waarin hij tracht de zwaartekracht van zijn troon te stoten. Het resultaat hiervan valt te bewonderen in 'Doe je Jazz aan', het eerste werk uit de Ronny Mogritte reeks.

Na deze oorlogsgekte kan u even op adem komen dankzij twee werken van , die zoals gewoonlijk erg spaarzaam omgaat met het geven van titels.
Om het evenwicht een beetje te bewaren, en natuurlijk voornamelijk om een bijdrage te leveren aan aan de babylonische spraakverwarring, volgt een werk dat voorzien is van twéé titels: 'Voices voices' / 'Ik noem het ook voices'. Een uitstekende reden voor Vulpecula om zijn gevleugelde woorden "Ach, het komt allemaal door de ontoereikendheid van de dialectiek" nog eens aan te halen. Als illustratie hierbij kan men het gedicht 'Rack Tarmak' nemen, waaruit blijkt dat Vulpecula's dialectiek inderdaad verre van toereikend is.

Als afsluiter betuigen we onze steun aan de dappere krijgers van het 'Front voor de Bevrijding van de Tuinkabouters', die voor de kaboutergemeenschap betekenen wat Krasnayin betekent voor copulerende egels.

 

 

 

1