Religie en Wetenschap – religieuze overpeinzingen van een atheïst tegen het agnosticisme.


Toen ik een jochie van een jaar of negen was, was ik gefascineerd - eigenlijk geobsedeerd - door prehistorie, de evolutie van diersoorten en uiteraard dinosauriërs. Ik moet benadrukken dat dit net vóór de tijd was dat voorhistorische monsters door toedoen van “Jurassic Park”, “The Lost World” en dergelijke troep gemeengoed werden onder jochies van een jaar of negen. In elk geval, hoewel mijn ouders toen niet katholiek waren (mijn vader zou het later worden en is op het moment pastor in Hoogkerk), zat ik op een rooms-katholieke school en nam ik met de rest van mijn schoolgenootjes zo nu en dan deel aan kerkdiensten. Nu schijnt het (dit is mij later verteld, ik heb hier geen persoonlijke herinneringen aan) dat ik op een gegeven moment iets moest zeggen gedurende de mis, een stukje moest voorlezen of iets dergelijks, en dat ik daarop dreigde een lange lezing te houden over de evolutietheorie, de geologische geschiedenis van de aarde en de reden dat het scheppingsverhaal naar “Sprookjes van Moeder de Gans” verwezen moest worden. De pastoor besloot dat dit misschien niet zo'n goed idee was.


Ben ik religieus? Ik denk het niet, hoewel ik het idee van een God fascinerend vind. Ben ik atheïst? Er zijn atheïsten die menen dat een atheïst alle wereldreligies bestudeerd en afgewezen moet hebben voordat hij zich atheïst kan noemen. In die zin ben ik zeker geen atheïst - aangezien ik enkel kennis heb van het Christendom en het Judaïsme (en van de laatste een veel oppervlakkiger dan ik zou willen). Over de godsdienstige inhoud van de Islam kan ik niet oordelen, aangezien ik er te weinig van weet (ditzelfde gebrek aan kennis weerhield een bepaalde katholiek opgevoede Nederlandse politicus en zijn intellectueel minderbedeelde volgelingen er niet van het een “achterlijke godsdienst” te noemen - ik beaam zonder meer, dat moordlustige fundamentalistische groeperingen een gevaar voor de beschaving zijn, van Tel Aviv tot Kaboel, maar weiger hieruit conclusies te trekken over de Koran tot ik deze gelezen heb). Over het Boeddhisme weet ik weinig meer, hoewel ik geloof dat deze godsdienst wat overgewaardeerd wordt in het Westen, wellicht door toedoen van die akelig politiek-correcte Dalai Lama en zijn vriendjes Richard Gere en Brad Pitt - veel boeddhistische samenlevingen, de oude Tibetaanse inbegrepen, zijn allerminst humaan. En hoewel de schaars geklede godinnen met vier armen van het Hindoeïsme mij bijzonder aanstaan, heeft ook het Hindoeïsme akelig obscurantistische en anti-rationalistische stromingen. Ik denk niet dat ik er nog aan toekom mijzelf atheïst te kunnen noemen. Dit neemt niet weg dat ik van mening ben dat het Christendom (en het Judaïsme) een ethische lading en morele diepgang heeft die, geloof ik, door veel oppervlakkige atheïsten (die zich als omgekeerde fundamentalisten concentreren op het al of niet letterlijk waar zijn van het scheppingsverhaal) niet begrepen wordt.


Die ethische lading van het Oude Testament - van sommige oude Joodse regels, voornamelijk de verplichting tot gastvrijheid jegens vreemdelingen, het periodiek kwijtschelden van schulden en herverdeling van goederen, enz., zou onze huidige maatschappij nog wat kunnen leren - en de heilsboodschap van het Nieuwe Testament - een eigenlijk puur communistisch visioen van een Koninkrijk Gods voor slaven, armen, verdrukten, prostituées, kleinschalige zwendelaars, enz. - is vreemd afwezig in de paranormale New-Age pornografie waarmee de wetenschapssectie van Scholtens en Wristers gevuld is, die je een nieuw leven als schitterende energiebal cirkelend rond de ster Sirius, een dubbele identiteit als buitenaards wezen van de planeet Ato Potato, een vorig leven als Einstein, Napoleon, of een geslachtofferde, moedige heks uit de Middeleeuwen, en zekere toekomstvoorspellingen op basis van de opbrengst van een sessie neuspeuteren levert. Ik noem de laatste literatuur pornografie omdat het een geestelijke zelfbevrediging oplevert op basis van zuivere fantasie. En persoonlijk prefereer ik de - geestelijk gezondere - erotische pornografie.


Wetenschap en religie hebben altijd in een uiterst moeizame verhouding tot elkaar gestaan. Van de door Christenen uitgevoerde lynchpartij op de heidense filosofe Hypathia (de laatste exponent van de klassieke wetenschap) in het Alexandrië van de vroege vijfde eeuw tot de doorbraak van het historische wereldbeeld van de geologie, biologie en taalwetenschap in de negentiende eeuw heeft het Christendom als staatsgodsdienst het wetenschappelijke wereldbeeld van het Westen bepaald.

Tegelijkertijd heeft het doorgebroken natuurwetenschappelijke wereldbeeld de het godsdienstige inhoudelijk enorm beïnvloed gedurende de laatste twee eeuwen. De meeste grote christelijke kerken nemen het idee van de oerknal, het uitdijende heelal, de evolutietheorie en dergelijke aan. Dit gegeven gekoppeld aan de secularisatie leidt tot een fascinerend resultaat: in zekere zin zijn de christelijke kerken hun eigen theologische basis aan het herontdekken. Het opgeven van een letterlijke uitleg aan de Bijbel maakt een symbolische, ethische uitleg ervan veel sterker. Aan de andere kant heeft de kerk zich losgemaakt van de wereldlijke machten waarmee ze meer dan een millenium lang onlosmakelijk verbonden was, en neemt ze een veel onafhankelijker positie in: in Zuid-Amerika hebben katholieke priesters zich decennia lang teweer gesteld tegen plaatselijke fascistische junta's, en velen - waaronder de Salvadoraanse aartsbisschop Romero - hebben dat met hun leven moeten bekopen, in Noord-Amerika bestaat sinds de Vietnam-oorlog een sterke kerkelijke pacifistische beweging, en er zitten priesters in de gevangenis vanwege sabotage-acties tegen napalm producerende bedrijven, en hier in Nederland zijn de kerken de drijvende kracht achter de opvang van illegalen en uitgeproduceerde asielzoekers. Het christendom is zichzelf opnieuw aan het uitvinden. Het is in zekere zin uiterst grappig dat een van de weinige geloofsovertuigingen die in schrille tegenstelling staat tot de natuurwetenschap en nog steeds bloeit uiterst onchristelijk is: namelijk de astrologie. Het idee dat de stand van de sterren vanaf de aarde gezien ons leven beïnvloedt is al veroudert sinds de Griekse filosofen, en niet minder absurd dan dat van de platte aarde - desondanks zul je mensen vinden die de Bijbel afdoen als een sprookje, geloven dat God niet bestaat, maar wel bijzonder geïnteresseerd zijn in hun eigen horoscoop.


Aangaande de relatie tussen wetenschap en religie heeft de recent overleden paleontoloog Stephen Jay Gould in een boek - “God en Darwin” - betoogt dat beide zich eigenlijk met hun eigen zaak bezig moeten houden. Wetenschap onderzoekt hoe de materie van het universum in elkaar zit, religie houdt zich bezig met ethiek, zingeving e.d. Ik vind dit “leven en laten leven” idee uiterst sympathiek - en tot een bepaalde graad werkt het ook. Aan de negatieve kant zien we dat diverse chemici, medici, natuurkundigen, etc. in Amerika zich achter de zaak van het Creationisme hebben geschaard zonder daarmee noodzakelijkerwijs incompetent te worden op hun eigen gebied. Aan de positieve kant zien we de bijdrage die evangelisch georiënteerde christenen geleverd hebben aan de taalwetenschap - voornamelijk in taalkundig veldwerk gecombineerd met zendingsarbeid. Een door de taalwetenschapper Kenneth Pike gegrondveste organisatie - the Summer Institute of Linguistics - doet gigantisch veel werk in het in kaart brengen van op uitsterven staande talen, in het geloof dat het vertalen van het Evangelie in alle talen van de wereld een voorwaarde is van het Koninkrijk Gods (dit idee vind ik theologisch interessant! Het Koninkrijk Gods komt wanneer de mens ervoor klaar is, niet wanneer God het bepaalt!). Als je niet-religieuze taalwetenschappers naar hun mening over het SIL vraagt, krijg je waarschijnlijk te horen dat ze knettergek zijn maar dat het werk wat ze leveren van uiterst hoge kwaliteit is - zeker aangezien het grootste deel van de taalwetenschappers zich helaas liever bezighoudt met het opbouwen van theoretische constructies als Government en Binding Theory, Head-Driven Phrase Structure Grammar en andere theorieën met uiterst Freudiaans aandoende namen (wat wordt het volgende? Dominance and Submission Theory? Deep Structural Penetration Grammar?). Het beschrijven van de duizenden nauwelijks bekende talen op deze wereld is ongelooflijk veel belangrijker, en ik ben de evangelisten dankbaar dat ze dit doen.


Ik ben het desondanks niet eens met Gould. Ik geloof niet dat mensen uiteindelijk niet in staat zijn tot het volhouden van zo'n schizofreen wereldbeeld. Religie is in zekere zin hard-wired in het menselijk brein - wij nemen onze omgeving niet alleen waar, we zijn er ons bewust van dat we die waarnemen, dat we een bepaalde plaats innemen in die omgeving, en wij willen weten wat die plaats is. Een beer in Lapland zal ongetwijfeld het Noorderlicht kunnen zien flikkeren, maar ik betwijfel dat hij er veel over nadenkt. Maar mensen die het Noorderlicht zien vragen zich onmiddelijk af wat dat prachtige licht in de hemel doet. Ons bewustzijn van onze omgeving, van onszelf, en uiteindelijkhet besef van onze eigen breekbaarheid en sterfelijkheid ligt ten grondslag aan zowel wetenschap als religie. En de twee kun je niet scherp gescheiden houden - een religieus wereldbeeld zal een wetenschappelijk kleuren, en andersom.


Een prachtig voorbeeld hiervan is de briljante paleontoloog en Jezuïtische priester Teilhard de Chardin - de ontdekker van onze verre voorouder de Peking-mens, heden ten dage bekend als homo erectus. Teilhard ontwikkelde een niet-Darwinistisch maar essentiëel religieus beeld over de evolutie, waarin, in de geschiedenis en ontwikkeling van het leven op aarde God zich als het ware ontvouwt.


Een ander beeld aangaande de verhouding tot religie en wetenschap wordt geleverd door de geneticus en evolutionair bioloog Richard Dawkins. Dawkins - een persoonlijk vriend en op wetenschappelijk gebied onverzoenlijk tegenstander van Gould - gelooft niet in de vreedzame coëxistentie van wetenschap en religie, maar zet als militant atheïst de aanval in. Het naast elkaar bestaan van een religieus en een natuurwetenschappelijk wereldbeeld is naar zijn idee onmogelijk - en de eerste dient door de tweede bestreden te worden. Inhoudelijk ben ik het niet eens met Dawkins - ik ben een slecht atheïst, en zowel mijn marxistische achtergrond als mijn door osmosis verkregen katholieke sympathieën (beiden in laatste instantie messianistische wereldbeelden) verzetten zich ertegen. Desondanks vind ik zijn houding gezonder dan die van Gould.


Er is weinig feitelijks op mijn eigen wetenschapsgebied dat niet verzoend kan worden met zelfs meer evangelistisch geörienteerde religies. De geschiedenis van de Finoegrische talen die we bestuderen gaat niet verder terug dan enkele duizenden jaren voor Christus, daarvoor bestaan weinig zekerheden - en tenzij je je bezighoudt met paleolinguïstiek zou zelfs een aanhangen van een letterlijk scheppingsverhaal mij niet weerhouden een goed Finoegrist te zijn. Het uiterst respectabele werk van Kenneth Pike en het SIL op het gebied van taalwetenschap toont dit voldoende aan. Maar ik zou er niet toe in staat zijn - mijn neiging naar een totaal wereldbeeld wreekt zich. Ik kan mijn overtuiging niet in compartimenten indelen. Daar komt bij dat ik geloof dat een aspirerend wetenschapper zich geen agnosticisme kan veroorloven op het gebied van andere wetenschapsgebieden, op het gebied van de plaats van de wetenschap in de wereld als geheel, en, inderdaad, religie. Een wetenschapper - ongeacht zijn vakgebied - die zich “geen mening” denkt te kunnen veroorloven betreffende, bijvoorbeeld, het onderwijs van het Creationisme op scholen, de campagne van Hindoe-nationalisten tegen archeologen en historici in India, de bedreiging van genetici door milieufanaten, enz., enz., enz. is geen knip voor de neus waard als wetenschapper - maar heeft zichzelf vervreemd van zijn eigen beroep zoals een fabrieksarbeider aan de lopende band vervreemd is van datgene wat uiteindelijk de fabriek uitrolt. En dan maakt het niet uit of je een militant natuurwetenschappelijk atheïsme aanhangt als Dawkins, een religieus gekleurd evolutionair wereldbeeld als Teilhard, of een evangelistisch, messiaans christendom als Pike - zolang je je werk plaatst in een wereldbeeld als geheel, zolang je je een beeld vormt van wat je doet, en waarom, zolang je je hersenen niet op nul zet. Ik mag dan niet religieus zijn en een slecht atheïst - maar een agnosticus? Never. Ik ben liever dood dan dat ik geloof in de fundamentele gelijkwaardigheid van aan elkaar tegengestelde wereldbeelden.


Dat klinkt hard - maar misschien begrijp je waarom ik zo fel ben als ik zeg dat er eens een tijd was, waarin allerlei van hun werkelijke inhoud ontdane bijgeloven uit alle hoeken van de aarde enorm in de mode waren in het centrum van de beschaving, waarin retoriek en de kunst wetenschappelijk te klinken in plaats van wetenschap te bedrijven als hoogtepunt werd gezien van wetenschap, waarin een eclectisch mengsel van diverse wereldbeelden en doctrines - 'diversiteit' en 'meerdere wegen naar de waarheid' - bon ton was, waarin een door fundamentalistische aanhangers van een godsdienst moordpartijen werden bedreven aan de rand van de toenmalige “beschaafde” wereld - klinkt het bekend? Het begin van de vierde eeuw na Christus - en we weten allemaal wat daarop volgde.



Mijn favoriete bijbelverhaal is dat van Isaäc. God stelt Abraham op de proef, door hem te vragen zijn eigen zoon te offeren - en Abraham doet het, bouwt een altaar en staat op het punt zijn zoon te doden als God hem tegenhoudt, en hem een ram schenkt om te offeren in plaats van Isaäc. Het is niet Abraham's blinde loyaliteit die getest is - maar zijn vertrouwen in God. Door Abraham's mensenoffer af te wijzen heeft God bewezen diegene te zijn waarin Abraham geloofde - geen demon of afgod die bloedvergieten en mensenoffers van zijn volgelingen verlangt, maar de enige ware God. Het verhaal van Isaäc is een Godsbewijs, een ongelooflijk veel krachtiger bewijs dan wonderen, bloedende en huilende heiligenbeelden - waarom zou God immers de door Hemzelf geschapen natuurwetten overschrijden? - maar een Godsbewijs op een puur ethisch vvlak. En hoe meer ik erover nadenk, hoe meer het mij begint te overtuigen.


Merlijn de Smit













1